Spring naar inhoud

Jaarrekening

Balans per 31 december 2024 na resultaatbestemming

Activa   2024 2023
           
Vaste activa          
           
Vastgoedbeleggingen (1)        
DAEB-vastgoed in exploitatie   1.035.567.707   949.293.627  
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie   41.827.078   38.573.542  
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie   2.803.621   0  
      1.080.198.406   987.867.169
Materiële vaste activa (2)        
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie   933.372   1.122.169  
      933.372   1.122.169
Financiële vaste activa (3)        
Latente belastingvorderingen   716.528   896.528  
Overige effecten   1.219   1.219  
      717.747   897.747
Som van vaste activa     1.081.849.525   989.887.085
           
Vlottende activa          
           
Voorraden          
Overige voorraden   222.915   213.829  
      222.915   213.829
Vorderingen (4)        
Huurdebiteuren   429.448   377.593  
Belastingen en premies sociale verzekeringen   1.677.964   2.529.339  
Overige vorderingen   0   0  
Overlopende activa   844.668   424.547  
      2.952.079   3.331.479
Liquide middelen (5)   3.604.947   9.255.157
           
Som van vlottende activa     6.779.940   12.800.465
           
Totaal van activa     1.088.629.467   1.002.687.549
Passiva   2024 2023
           
Eigen vermogen (6)        
Herwaarderingsreserve   712.078.091   623.071.295  
Overige reserves   93.403.323   113.694.489  
Totaal van eigen vermogen     805.481.414   736.765.784
           
Voorzieningen (7)        
Voorziening onrendabele investeringen   34.657.222   29.090.994  
Latente belastingverplichtingen   2.818.000   2.819.000  
Overige voorzieningen   420.974   461.013  
Totaal van voorzieningen     37.896.196   32.371.008
           
Langlopende schulden (8)        
Schulden aan overheid   3.085.961   3.493.485  
Schulden aan banken   221.534.573   214.234.603  
Totaal van langlopende schulden     224.620.534   217.728.088
           
Kortlopende schulden (9)        
Rekening-courant bank   0   0  
Schulden aan overheid   407.524   384.790  
Schulden aan banken   7.700.030   2.935.320  
Schulden aan leveranciers en handelskredieten   3.422.056   2.801.156  
Schulden ter zake van belastingen en premies sociale verzekeringen   1.918.549   1.092.649  
Schulden ter zake van pensioenen   57.444   53.153  
Overige schulden   4.160.691   5.725.024  
Overlopende passiva   2.965.029   2.830.577  
Totaal van kortlopende schulden     20.631.323   15.822.670
           
Totaal van passiva     1.088.629.467   1.002.687.549

Winst- en verliesrekening over 2024

    2024 2023
           
Huuropbrengsten (10) 45.795.465   44.481.797  
Opbrengsten servicecontracten (11) 3.105.784   3.001.276  
Lasten servicecontracten (12) -3.034.954   -3.381.520  
Lasten verhuur- en beheeractiviteiten (13) -2.249.529   -2.140.934  
Lasten onderhoudsactiviteiten (14) -18.852.620   -17.271.318  
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit (15) -4.826.265   -4.767.710  
Totaal van nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille     19.937.881   19.921.591
           
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille   1.568.043   4.213.607  
Toegerekende organisatiekosten   -115.104   -87.230  
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille   -1.186.473   -3.246.091  
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille (16)   266.467   880.286
           
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille (17) -35.664.028   -29.683.738  
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille (18) 93.138.210   -15.166.491  
Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille     57.474.182   -44.850.229
           
Overige organisatiekosten (19)   -1.516.691   -1.531.598
Kosten omtrent leefbaarheid (20)   -732.646   -536.027
           
Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten (21) 1.894   1.178  
Rentelasten en soortgelijke kosten (22) -5.258.458   -5.325.701  
Totaal van financiële baten en lasten     -5.256.563   -5.324.523
           
Totaal van resultaat vóór belastingen     70.172.630   -31.440.500
Belastingen (23)   -1.457.000   -2.436.697
Totaal van resultaat na belastingen     68.715.630   -33.877.197

Kasstroomoverzicht over 2024

  2024 2023
         
Operationele activiteiten        
Ontvangsten        
Huurontvangsten 45.472.826   44.186.306  
Vergoedingen 3.174.184   2.964.777  
Overige bedrijfsontvangsten 177.910   1.766.827  
Saldo ingaande kasstromen   48.824.920   48.917.910
         
Uitgaven        
Betalingen aan werknemers 5.054.937   4.784.028  
Onderhoudsuitgaven 14.143.150   16.112.969  
Overige bedrijfsuitgaven 11.748.718   11.597.116  
Betaalde interest 5.308.036   5.287.068  
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat 67.582   390.837  
Verhuurderheffing 0   15.000  
Leefbaarheid externe uitgaven niet investerings-gebonden 407.423   247.946  
Vennootschapsbelasting 423.492   1.320.551  
Saldo uitgaande kasstromen   37.153.338   39.755.515
         
Totaal van kasstroom uit operationele activiteiten   11.671.582   9.162.395
         
(Des)investeringsactiviteiten        
MVA ingaande kasstroom        
Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet gelegenheden 1.568.767   4.204.225  
Tussentelling ingaande kasstroom MVA   1.568.767   4.204.225
         
MVA uitgaande kasstroom        
Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden DAEB 4.350.077   752.137  
Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden niet-DAEB 0   0  
Verbeteruitgaven, woon- en niet woongelegenheden DAEB 26.220.372   15.097.479  
Verbeteruitgaven, woon- en niet woongelegenheden niet-DAEB 0   10.808  
Investeringen overig 0   124.825  
Tussentelling uitgaande kasstroom MVA   30.570.449   15.985.249
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA   -29.001.682   -11.781.024
         
FVA        
Ontvangsten overig 0   32.273  
Uitgaven overig 0   9.969  
Saldo in- en uitgaande kasstromen financiële vaste activa   0   22.304
         
Totaal van kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten   -29.001.682   -11.758.720
Financieringsactiviteiten        
         
Ingaand        
Nieuwe te borgen leningen DAEB 23.000.000   5.000.000  
Nieuwe ongeborgde leningen niet-DAEB investeringen 0   0  
         
Uitgaand        
Aflossing geborgde leningen 11.296.750   3.616.706  
Aflossing ongeborgde leningen 23.360   23.360  
Totaal van kasstroom uit financieringsactiviteiten   11.679.890   1.359.934
         
Mutatie van geldmiddelen   -5.650.210   -1.236.288
Wijziging kortgeld   0   0
         
Geldmiddelen per 1 januari   9.255.157   10.491.445
         
Geldmiddelen per 31 december   3.604.947   9.255.157

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Algemene toelichting

Activiteiten

Christelijke Woningstichting Patrimonium (hierna: Patrimonium Groningen), is een toegelaten instelling in de zin van artikel 19 van de Woningwet. De stichting stelt zich ten doel uitsluitend werkzaam te zijn op het gebied van de volkshuisvesting zoals omschreven in artikel 45 van de Woningwet.

De activiteiten van Christelijke Woningstichting Patrimonium zijn erop gericht mensen te huisvesten die zelf moeilijk in eigen huisvesting kunnen voorzien, in en rondom Groningen.

Vestigingsadres, rechtsvorm en inschrijfnummer handelsregister

Patrimonium Groningen is feitelijk en statutair gevestigd te Groningen en is ingeschreven bij het handelsregister onder nummer 02028302.

Continuïteit

De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de stichting.

Regelgeving

De jaarrekening van Patrimonium Groningen is opgesteld volgens de bepalingen van de Woningwet, het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 en de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, in het bijzonder Richtlijn 645 toegelaten instellingen volkshuisvesting en in overeenstemming met de vereisten bij en krachtens de Wet Normering Topinkomens (WNT).

De jaarrekening is opgemaakt op 5 juni 2025.

Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening

De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de desbetreffende grondslag voor de specifieke balanspost anders wordt vermeld, worden de activa en passiva gewaardeerd tegen kostprijs.

Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Oordelen, schattingen, veronderstellingen en onzekerheden

Bij de toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt de leiding van Patrimonium Groningen zich diverse oordelen en schattingen. Onzekerheid omtrent deze schattingen en veronderstellingen kan resulteren in materiële aanpassingen van de jaarrekening in toekomstige jaren.

De belangrijkste oordelen en schattingen hebben betrekking op de vastgoedbeleggingen in exploitatie (zowel DAEB als niet-DAEB), de voorzieningen, de waardeveranderingen en de acute en latente belastingen. De hierbij behorende veronderstellingen zijn vermeld in de toelichting bij de hiervoor genoemde jaarrekeningposten.

Schattingen en veronderstellingen

Patrimonium Groningen maakt de schattingen en veronderstellingen op basis van de omstandigheden en informatie beschikbaar op het moment van opmaak van de jaarrekening. Schattingen gebaseerd op toekomstige gebeurtenissen (of het zich niet voordoen van verwachte gebeurtenissen) kunnen onderhevig zijn aan toekomstige veranderingen in de markt en omstandigheden buiten de invloedssfeer van Patrimonium Groningen. Deze schattingswijzigingen worden prospectief verwerkt. De belangrijkste schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen zijn:

Scheiding DAEB/niet DAEB
Voor de scheiging DAEB niet/DAEB worden in lijn met voorgaande jaren de uitgangspunten uit het scheidingsvoorstel van het AW gevolgd. Daar waar mogelijk vindt een directe toewijzing van kosten en baten plaats.

Waardering vastgoedbeleggingen
Patrimonium Groningen waardeert de vastgoedbeleggingen tegen de actuele waarde waarbij veranderingen in de reële waarde in de winst- en verliesrekening worden verantwoord. De reële waarden van de vastgoedbeleggingen zijn bepaald met behulp van de contante waarde methode, zoals voorgeschreven door het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde (bijlage 2 bij de Regeling Toegelaten Instellingen 2015). Voor het bepalen van de actuele waarde van de woningen (buiten het aardbevingsgebied) is de basisversie van het handboek toegepast. In sommige gevallen zijn de reële waarden van de vastgoedbeleggingen bepaald aan de hand van recente transacties met gelijksoortige kenmerken en locaties als het vastgoed van Patrimonium Groningen.

Patrimonium Groningen heeft onafhankelijke waarderingsexperts ingeschakeld voor het bepalen van de reële waarde van het bedrijfsonroerend goed, maatschappelijk vastgoed, intramuraal zorgvastgoed en het bezit in het aardbevingsgebied. De waardering is het meest gevoelig voor veranderingen van de disconteringsvoet. Voor een verdere toelichting met betrekking tot de aannames en schattingen in het bepalen van de reële waarde, wordt verwezen naar de toelichting op het vastgoed in exploitatie.

Bijzondere waardeverminderingen
Patrimonium Groningen beoordeelt op elke balansdatum of een actief of een groep van activa een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. De beoordeling heeft niet geresulteerd in een bijzondere waardevermindering in het huidige boekjaar.

Latente belastingvorderingen
De waardering van latente belastingvorderingen wordt gebaseerd op de fiscale gevolgen van de door Patrimonium Groningen, per balansdatum, voorgenomen wijze van realisatie of afwikkeling van activa, voorzieningen, schulden of overlopende passiva. Latente belastingvorderingen worden gewaardeerd tot de hoogte waarop het waarschijnlijk is dat fiscale winst beschikbaar zal zijn voor de verrekening. Patrimonium Groningen betrekt in deze beoordeling het beschikbaar zijn van latente belastingverplichtingen ter saldering, de mogelijkheid van planning van fiscale resultaten en de hoogte van toekomstige fiscale winsten in combinatie met het tijdstip en/of periode waarin de latente belastingvorderingen worden gerealiseerd.

Voor een verdere toelichting met betrekking tot de aannames en schattingen in het bepalen van de hoogte van de latente belastingvorderingen, wordt verwezen naar de toelichting op de financiële vaste activa.

Beleidswaarde

In 2024 zijn enkele uitgangspunten voor de berekening van de beleidswaarde aangepast. Ten opzichte van 2023 zijn de volgende aanpassingen doorgevoerd:

• er wordt een sociale, uniforme disconteringsvoet gehanteerd (2023: afhankelijk van regio, vermogensverhoudingen en specifieke risico’s);
• de berekeningshorizon wordt gesteld op 60 jaar zonder eindwaarde (2023: 15 jaar met een eindwaarde);
• de onderhoudslasten worden ingerekend op basis van een meerjarenonderhoudsbegroting (2023: onderhoudsnorm voor de gehele levensduur);
• de harde verplichtingen voor het uitfaseren van woningen met energielabels E, F en G worden opgenomen (2023: niet uitgewerkt).
De beleidswaarde ultimo 2024 is € 119,5 miljoen hoger dan de beleidswaarde ultimo 2023. Het is praktisch niet mogelijk de beleidswaarde 2023 te bepalen op basis van de uitgangspunten 2024.

Consolidatie

De vrijstelling voor consolidatie geldt voor deelname in Verenigingen Van Eigenaren (VvE) omdat het aandeel in de VvE van verwaarloosbaar belang is op het totale beeld van de jaarrekening (artikel 407, lid 1 Titel 9 Boek 2).
In onderstaand tabel staan de VvE’s waarin Patrimonium participeert:

Akerkhof/Schoolholm Ganzevoortsingel 42/42A Molukkenstraat 126 t/m 140
Coehoornsingel 77/77A Hereweg 17/17A/17B/17C Oosterweg 44 en Oliemulderstraat 1
Coehoornsingel 79/79A Joachim Altingstraat 9,11 en 11A Oosterweg 15/15A/15A1/15B/15C
Coehoornsingel 81/81A Jonkerstraat 22-24 Rabenhauptstraat 20 tm 20F
Coehoornsingel 83/83A Kleine Molenstraat 1/1A/1B/3/3A/3B Radijsstraat 91/91A
Driemolendrift 12/12A/12B Kleine Molenstraat 10 - 10E Stationsstraat 14, 14A t/m 14C
Floresstraat 13t/m 19a Kleine Steentilstraat 2/2A/2B Steentilstraat 21 tm 21F
Ganzevoortsingel 1/1A Lodewijkstraat 14/14A Verzetstrijderslaan 10 t/m 218 (even)
Ganzevoortsingel 9/9A Lodewijkstraat 18/18A Warmoesstraat 39-41/39A/41A
Ganzevoortsingel 29-33 Mauritsstraat 4 t/m 8B Winschoterkade 6/6A/6B
Ganzevoortsingel 36/36A Merwedestraat 16 t/m 22 Winschoterkade 155C t/m 155H en 155K
Ganzevoortsingel 38/38A Moesstraat 74 - 78C  
     

Salderen

Een actief en een post van het vreemd vermogen worden gesaldeerd in de jaarrekening opgenomen uitsluitend indien en voor zover:

  • een deugdelijk juridisch instrument beschikbaar is om het actief en de post van het vreemd vermogen gesaldeerd en simultaan af te wikkelen; en
  • het stellige voornemen bestaat om het saldo als zodanig of beide posten simultaan af te wikkelen.

Financiële instrumenten

Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten (zoals vorderingen, effecten en schulden) als afgeleide instrumenten verstaan.

Grondslagen voor waardering van activa en passiva

Vastgoedbeleggingen

DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

Classificatie en kwalificatie
De post DAEB-vastgoed in exploitatie omvat woningen met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens, het maatschappelijk vastgoed en het overige sociale vastgoed. De huurtoeslaggrens is een algemeen huurprijsniveau dat jaarlijks per 1 juli door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt vastgesteld. Ultimo 2024 bedraagt deze grens € 879,66  (ultimo 2023: € 808,06). Het niet-DAEB-vastgoed omvat woningen in exploitatie met een huurprijs boven de huurtoeslaggrens en commercieel vastgoed.

Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerend goed dat is verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijns-, onderwijs- en culturele instellingen en dienstverleners en tevens is vermeld op de bijlage zoals deze is opgenomen in de Beschikking van de Europese Commissie d.d. 15 december 2009 aangaande de staatssteun voor toegelaten instellingen.

Complexindeling
Het DAEB en niet-DAEB vastgoed is opgedeeld naar waarderingscomplexen. Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden, dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie, en dat als één geheel aan een derde partij in verhuurde staat kan worden verkocht. Een waarderingscomplex kan daarom worden gedefinieerd als een aaneengesloten blok verhuureenheden van dezelfde bouwperiode. Alle verhuureenheden van de toegelaten instelling maken deel uit van een waarderingscomplex of zijn een afzonderlijk waarderingscomplex. Het kan voorkomen dat een waarderingscomplex bestaat uit sociaal en commercieel vastgoed. In dat geval wordt, nadat de waarde van het waarderingscomplex is bepaald, de waarde opgesplitst in een deel dat aan het sociaal vastgoed, respectievelijk aan het commerciële deel kan worden toegerekend.

Waardering bij eerste verwerking DAEB en niet-DAEB vastgoed
Bij de eerste verwerking wordt het DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie gewaardeerd tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de koopsom en alle direct toe te rekenen uitgaven, inclusief transactiekosten (waaronder juridische advieskosten, overdrachtsbelasting en andere transactiekosten) minus eventuele investeringssubsidies. De vervaardigingsprijs omvat op grond van artikel 2:388 BW de aanschaffingskosten van gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend.

De in de toekomst te maken kosten van sloop worden ten laste van het resultaat verantwoord in het jaar dat de exploitatie door sloop wordt beëindigd.

Waardering na eerste verwerking
Vastgoed in exploitatie wordt op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet na de eerste verwerking gewaardeerd tegen actuele waarde. Op grond van artikel 31 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 vindt de waardering plaats tegen de marktwaarde.

Het Besluit actuele waarde is niet van toepassing. Op grond van artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 vindt de waardering tegen marktwaarde plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 ("Handboek modelmatig waarderen marktwaarde").

Op basis van artikel 31 van het BTIV wordt bij de waardering onderscheid gemaakt naar de volgende categorieën:

  • woongelegenheden;
  • bedrijfs- en maatschappelijk onroerend goed (BOG en MOG);
  • parkeergelegenheden;
  • intramuraal zorgvastgoed.

Patrimonium Groningen hanteert de basisversie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde voor woongelegenheden (niet gelegen in het aardbevingsgebied) en parkeergelegenheden (tevens een gedeelte full waardering). Dit betreft een modelmatige waardering, waarbij inherent aan het gebruik van de basisversie, sprake is van het risico dat deze waardering in een bepaalde bandbreedte (+/-10%) kan afwijken van de waardering op basis van de full versie van het handboek (waarbij vrijheidsgraden mogen worden aangepast en een taxateur betrokken is).

Voor het bedrijfsonroerend goed, maatschappelijk vastgoed en intramuraal zorgvastgoed hanteert Patrimonium Groningen verplicht de full versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde omdat de huursom van dit vastgoed meer bedraagt dan 5% van de totale huursom van de (niet-)DAEB tak. Daarnaast wordt voor de woningen gelegen in het aardbevingsgebied eveneens verplicht de full versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde gehanteerd, dit omdat de waardering op basis van de basisversie onvoldoende betrouwbaar wordt geacht. De nauwkeurigheid van de waardering wordt geacht te liggen binnen een bandbreedte van 10% plus en min de waarde.

Bij de waardering van het vastgoed worden een door exploiteer- en een uitpondscenario onderscheiden. De marktwaarde is de hoogste van beide waarderingen. Het handboek volgt de netto contante waarde methode, de DCF-methode. Via de DCF-methode worden de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen contant gemaakt naar het heden aan de hand van een disconteringsvoet, inclusief de eindwaarde die de geschatte opbrengstwaarde is van het vastgoed aan het einde van de DCF-periode. Hierbij wordt verondersteld dat de jaarbedragen medio het jaar ontvangen, respectievelijk betaald worden. De berekening van de netto contante marktwaarde wordt bij alle typen vastgoed uitgevoerd voor een exploitatieperiode van vijftien jaar.

De bepaling van de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen vindt bij woongelegenheden en parkeergelegenheden plaats aan de hand van twee scenario's: enerzijds op basis van het door exploiteer scenario en anderzijds op basis van het uitpondscenario. Bij bedrijfsonroerend goed, maatschappelijk vastgoed en intramuraal zorgvastgoed is alleen het door exploiteer scenario van toepassing.

Na eerste verwerking wordt een waardevermindering of -vermeerdering van de marktwaarde van onroerende zaken in exploitatie verantwoord in de winst- en verliesrekening van de periode waarin de wijziging zich voordoet. De waardevermindering of -vermeerdering wordt separaat tot uitdrukking gebracht en in het resultaat verantwoord als Niet-gerealiseerde waardeveranderingen.

Deze waardevermindering of -vermeerdering bestaat uit aanpassingen in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde en uit ontwikkelingen van de woningmarkt en huurportefeuille van de corporatie. Tevens is bij toepassing van de basisversie sprake van een portefeuillewaardering in plaats van complexwaardering, waardoor er tevens een bepaalde onnauwkeurigheid kan bestaan in de allocatie binnen het eigen vermogen tussen de herwaarderingsreserve en de overige reserves.

Jaarlijks vindt in de zomer na afloop van het jaarrekeningtraject een validatie van de basisversie plaats. Daarbij wordt door vergelijking met de full-versie achteraf aangegeven of de basisversie een marktwaarde uitkomst heeft gegeven die binnen acceptabele bandbreedte van de full-versie uitkomst ligt. Dit vormt input om de basisversie eventueel aan te passen. Deze inzichten zijn vanzelfsprekend nog niet bekend en niet meegenomen bij de totstandkoming van deze jaarrekening.

Onderhoud- en verbeteringen
Patrimonium Groningen verwerkt "Uitgaven na eerste verwerking van vastgoed in exploitatie" in overeenstemming met de op 30 september 2019 gewijzigde Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (artikel 14a) en is als volgt: Het onderscheid tussen onderhoud en verbeteringen volgt de maatregelen die corporaties verrichten bij de werkzaamheden aan het vastgoed in exploitatie. Deze worden per maatregel beoordeeld. De categorie 'verbetering' zal worden behandeld als investeringsuitgaven. Onderhoudsuitgaven zijn kosten.

Onderhoud
De onderhoudsuitgaven betreffen aldus de uitgaven om een verhuurbare eenheid, dan wel complex in dezelfde technische en bouwkundige staat te houden, als waarin het zich op de peildatum (einde boekjaar) bevindt, rekening houdend met het effect van onderhoudscycli, zo nodig na het verhelpen van achterstallig onderhoud indien dit aanwezig is. Het in dezelfde technische en bouwkundige staat houden, houdt in dat er in of aan het vastgoed geen technische gebreken mogen zijn (minimaal conditiescore 4 op bouwdeelniveau voor alle bouwdelen conform NEN2767 of vergelijkbaar op het moment dat het onderhoud wordt uitgevoerd).

In de onderhoudsuitgaven zijn dus ook de uitgaven voor de vervanging van daken, voegwerk en kozijnen opgenomen omdat dit in beginstel kwalificeert als instandhouding. Ook de uitgaven voor vervanging van keukens, badkamers en toiletten vallen onder de onderhoudsuitgaven in verband met het technisch en bouwkundig in stand houden van het gebouw.

Verbetering
De werkzaamheden die dienen om aan de onroerende zaak of een zelfstandig gebouwdeel een wezenlijke verandering aan te brengen, waardoor de onroerende zaak naar inrichting, aard of omvang een wijziging heeft ondergaan. De verbetering wordt als investering aangemerkt.

De investeringen voor verbetering betreffen aldus de uitgaven met als doel het technisch of functioneel verbeteren van een verhuurbare eenheid, dan wel complex. Het betreffen (ook) uitgaven om een verhuurbare eenheid, dan wel complex naar een hoger niveau te brengen (de theoretische of markttechnische verdiencapaciteit vergrotend), bijvoorbeeld verduurzamen naar energieneutraal, aanpassingen in de plattegrond, verhogen uitrustingsniveau van onderdelen van de woning of toevoegen van niet reeds in het object aanwezige installaties zoals zonnepanelen.

Tot de verbeteringen worden ten minste gerekend de werkzaamheden die verband houden met:

  1. het gebruiksklaar maken van een nieuw verworven onroerende zaak;
  2. de nieuwbouwuitgaven bij vervangende nieuwbouw die volgen na het slopen van bestaande opstallen;
  3. herstel van fysieke beschadiging aan onroerende zaken als gevolg van abnormale gebeurtenissen;  en
  4. een ingrijpende verbouwing (zie definitie hierna).

Ingrijpende verbouwing
Er is sprake van een ‘ingrijpende verbouwing’ als een onroerende zaak technisch en economisch gezien hoogst verouderd is of als van een onroerende zaak een gedeelte bouwvallig is, welk gedeelte wordt afgebroken, en in het overblijvende gedeelte een groot aantal veranderingen en vernieuwingen wordt aangebracht.

Een ingrijpende verbouwing betreft aldus een grondige renovatie van een verhuurbare eenheid, dan wel complex. De ingrijpende verbouwing is erop gericht dat bij de verhuurbare eenheid, dan wel het complex een hedendaagse kwaliteit tot stand komt waar dit in de bestaande situatie niet het geval was. Deze kwaliteit zal tot stand komen via een projectmatige aanpak. De afdeling vastgoed werkt voor het totaal een investeringsvoorstel uit, waaruit blijkt dat de prestaties van het complex positief worden beïnvloed (c.q. de waarde van het complex neemt toe na de ingreep). Het voorstel vloeit voort uit de vastgoedsturing (asset management) van Patrimonium Groningen. Hierbij is het streven dat de (lange termijn) verhuurbaarheid van het betreffende object zodanig is dat in de komende jaren geen ingrijpende verplichtingen meer te verwachten zijn, anders dan planmatige cycli uit de meerjarenonderhoudsbegroting.

We beschouwen de ingrijpende verbouwing (renovatie) als een investering wanneer wordt voldaan aan minimaal 3 van de volgende criteria:

  1. De energetische prestaties verbeteren wezenlijk (meerdere labelstappen) waardoor het bezit vanwege de ingrijpende verbouwing ook vanuit energetisch perspectief voor de langere termijn verhuurbaar is.
  2. Gevelrenovatie of dakrenovatie (inclusief isolatie) maakt op een zodanige manier deel uit van de aanpak waardoor deze op een niveau vergelijkbaar met dat van nieuwgebouwde objecten wordt gebracht.
  3. De werkzaamheden aan de onroerende zaak zijn mede gericht op het brengen dan wel houden van de kwaliteit van de badkamers, toiletten en keukens op het technische en functionele niveau dat in redelijkheid minimaal in nieuwgebouwde objecten mag worden verwacht.
  4. Installatievoorzieningen van de verhuurbare eenheden, dan wel complexen zijn als gevolg van de werkzaamheden toekomstbestendig in de zin dat ze niet binnen tien jaar hoeven te worden aangepakt.

De hiervoor genoemde criteria zijn limitatief, waarbij toegestaan wordt om met argumenten een ingrijpende verbouwing te beschouwen als aan 3 van de 4 criteria wordt voldaan. Wanneer dat zo is dan dient Patrimonium Groningen te kunnen onderbouwen waarom redelijkerwijs niet aan het laatste criterium is voldaan, maar er toch sprake is van een ingrijpende verbouwing.

Buitengebruikstelling als gevolg van sloop
Indien op het waarderingscomplex of een deel daarvan, op de waarde peildatum 31 december 2024 een ook voor een derde, onherroepelijke verplichting tot sloop van toepassing is, wordt hier bij de waardering rekening mee gehouden. De sloopkosten worden in het jaar van uitgave ten laste van het resultaat gebracht. In 2024 was er sprake van sloop voor 9 eenheden.

Beleidswaarde
De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Patrimonium en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroom genererende eenheden) toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van Patrimonium. De beleidswaarde wordt bepaald middels de Discounted Cash Flow (DCF-) methode. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (zelfstandige- en onzelfstandige woongelegenheden) komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde (NB: zie ‘schattingswijzigingen’ voor de wijzigingen in 2024 ten opzichte van 2023), met uitzondering van:

1. Enkel uitgaan van het doorexploiteerscenario (met een rekenhorizon van 60 jaar), derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie. 
2. Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie. De streefhuur betreft de huur die volgens het beleid van de corporatie bij mutatie in rekening wordt gebracht, passend binnen de geldende wet- en regelgeving, feitelijke beklemmingen en prestatieafspraken met gemeenten. Patrimonium hanteert in haar beleid een streefhuur van 86% van de maximaal redelijke huur, rekening houdend met een eventuele aftoppingsgrens.
3. Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het (onderhouds)beleid van de corporatie en de als onderdeel daarvan vastgestelde meerjarenonderhoudsbegroting voor het vastgoedbezit, in plaats van onderhoudsnormen in de markt. Hierbij wordt geen rekening gehouden met een eventuele clustering van uitgaven en activering als ingrijpende verbouwing. Harde verplichtingen voor het uitfaseren van woningen met energielabels E, F en G worden ingerekend. Patrimonium hanteert hierbij de volgende uitgangspunten ten opzichte van de marktwaarde:
a. De definitie van onderhoud vanuit eigen beleid is gelijk aan de definitie gehanteerd in de post ‘lasten onderhoudsactiviteiten’ in de functionele winst en verliesrekening in de rubriek ‘Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille, met uitzondering van het deel dat betrekking heeft op de zogenaamde ingrijpende verbouwing.
b. Met het onderhoud wordt bedoeld: het dagelijks onderhoud, mutatieonderhoud, badkamers, keukens en toiletten, planmatig onderhoud en contractonderhoud zoals CV onderhoud, liftonderhoud, schilderwerk en houtrot.
c. De weging van de toerekening van kosten voor beheer is overeenkomstig de SBR kostenfactor.
4. Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerlasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd ‘lasten verhuur en beheeractiviteiten’ in de resultatenrekening. Patrimonium hanteert hierbij de volgende uitgangspunten ten opzichte van de marktwaarde. De afslag beheer (beheerkosten) wordt gebaseerd op een bedrag voor beheer per VHE op basis van het beleid van Patrimonium:

a. Het eigen Beheerbedrag per VHE. wordt bepaald door het gemiddelde van de begrote kosten voor beheer voor de periode van 15 jaar. De norm wordt jaarlijks herijkt bij het opstellen van de begroting. 

b. Het beheer vanuit het eigen beleid is gedefinieerd op basis van het totaal van de posten ‘Lasten verhuur en beheeractiviteiten’ en ‘Overige directe operationele lasten exploitatiebezit’ uit de functionele winst en verlies rekening. Hierbij worden:

  • De personele- en overige organisatiekosten worden toegerekend aan verhuur en beheer;
  • De belastingen (OZB, waterschapslasten en riool) en brandverzekering, obligo worden direct toegerekend aan de ‘Overige directe operationele lasten exploitatiebezit’;
  • De overige zakelijke lasten namelijk: kosten woningnet, incassokosten, kosten voor de bewonersparticipatie en de overige exploitatielasten zijn direct toewijsbaar en worden direct toegerekend aan de ‘Overige directe operationele lasten exploitatiebezit’;
  • Overige baten zoals administratievergoedingen en overige vergoedingen zoals bijvoorbeeld de zendmasten, komen ten gunste van ‘Lasten verhuur en beheeractiviteiten’. 

c. De weging van de toerekening van kosten voor onderhoud is overeenkomstig de SBR kostenfactor.

5. De marktdisconteringsvoet is vervangen door de sociale disconteringsvoet (voor DAEB 4,17%, niet DAEB 4,70%).

De beleidswaarde van BOG / MOG / ZOG is gelijk aan de marktwaarde. Hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de eigen beleidsuitgangspunten.

Patrimonium heeft de volgende uitgangspunten gehanteerd in de beleidswaarde:

                                                                                                                           Ultimo 2024               Ultimo 2023
Streefhuur van de maximaal redelijke huur                                                  86%                             86%      
Sociale disconteringsvoet                                                                               DAEB 4,17%               n.v.t.
                                                                                                                            niet-DAEB 4,70%

Voor zover de gehanteerde uitgangspunten afwijken van die voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat, zijn deze afgeleid van de meerjarenbegroting (ontwikkeling streefhuur, onderhoudslasten en de lasten van verhuur & beheer) en geënt op de voorschriften opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015

Herclassificatie van vastgoed
Herclassificatie geschiedt slechts indien sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid, gestaafd door:

  • daadwerkelijke aanvang van activiteiten ten behoeve van verkoop van vastgoed die niet meer in exploitatie zijn, waarbij als verkrijgingsprijs van de onroerende zaak ten behoeve van opvolgende waardering, de marktwaarde op het moment van wijziging van het gebruik wordt genomen.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
Dit betreft lopende investeringen in nieuwe complexen (nieuwbouw). De waardering bij eerste verwerking is tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

De 'waardering na eerste verwerking' van het vastgoed in ontwikkeling is tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. De marktwaarde wordt bepaald met behulp van geprognosticeerde kasstromen op basis van aannames zoals hiervoor toegelicht onder vastgoed in  exploitatie onder Waardering na eerste verwerking.

Indien gerede twijfel bestaat of de reeds bestede kosten terugverdiend kunnen worden, wordt het vastgoed tegen de lagere marktwaarde van het project in het bestaande ontwikkelingsstadium gewaardeerd en wordt het nadelig verschil in het resultaat verantwoord onder de post overige waardeveranderingen.

In het geval per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake DAEB en niet-DAEB vastgoed in ontwikkeling, waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de marktwaarde, wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de reeds bestede kosten en wordt voor het resterend bedrag een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen en herstructureringen. De afwaardering van de bestede kosten tot nihil wordt in het resultaat verantwoord onder de post overige waardeveranderingen.

Grondposities
Ingenomen grondposities (al dan niet met opstallen) worden aangeschaft met het oog op (her)ontwikkeling van huur- en koopprojecten.

De grondposities worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de kostprijs en bijkomende kosten. Na eerste verwerking worden de grondposities gewaardeerd tegen de kostprijs of lagere opbrengstwaarde, welke de huidige marktverhoudingen omtrent de verwachte woningbouwwaarde van de grond weerspiegelt. De veranderingen in de marktwaarde worden in het resultaat verantwoord onder de post overige waardeveranderingen.

Materiële vaste activa

De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen de kostprijs (verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs), minus eventuele investeringssubsidies, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. Er zijn geen rentekosten in de, tegen de vervaardigingsprijs gewaardeerde, materiële vaste activa opgenomen.

De materiële vaste activa worden als volgt lineair afgeschreven op basis van de geschatte economische levensduur rekening houdend met de restwaarde:

  • de terreinen worden niet afgeschreven;
  • de bedrijfsgebouwen over 50 jaar;
  • de overige materiële vaste activa over vijf tot tien jaar.

Indien de verwachting omtrent de afschrijvingsmethode, gebruiksduur en/of restwaarde in de loop van de tijd wijzigingen ondergaat, worden zij als een schattingswijziging verantwoord.

Voor de op 1 januari 2019 aanwezige activa is de overgangsbepaling van RJ 212.806 toegepast, hetgeen betekent dat de kosten van groot onderhoud in de boekwaarde van het actief worden opgenomen, zodra  deze kosten zich voordoen en aan de activeringscriteria is voldaan. De boekwaarde van dan vervangen bestanddelen wordt dan als desinvestering aangemerkt en ineens ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht.

Voor materiële vaste activa verworven nà 1 januari 2019 worden belangrijke bestanddelen (inclusief groot onderhoud) met een verschillende gebruiksduur van elkaar onderscheiden en worden deze bestanddelen afzonderlijk afgeschreven.

Alle overige onderhoudskosten, niet zijnde groot onderhoud, worden direct in de winst- en verliesrekening verwerkt.

Buiten gebruik gestelde materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de boekwaarde dan wel de lagere opbrengstwaarde.

Een materieel vast actief wordt niet langer in de balans opgenomen na vervreemding of wanneer geen toekomstige prestatie-eenheden van het gebruik of de vervreemding worden verwacht. De bate of last die voortvloeit uit de desinvestering wordt in de winst- en verliesrekening verwerkt.

Financiële vaste activa

Overige financiële vaste activa

Latente belastingvorderingen
Voor de waardering en verwerking van latente belastingvorderingen wordt verwezen naar de afzonderlijke paragraaf Belastingen.

Overige effecten
Overige effecten zonder beursnotering (aandelen en obligaties) worden na de eerste verwerking gewaardeerd tegen kostprijs of lagere marktwaarde.

Baten en lasten van aandelen gewaardeerd tegen kostprijs of lagere marktwaarde, worden in de winst- en verliesrekening verwerkt zodra de beleggingen aan een derde worden overgedragen of een bijzondere waardevermindering ondergaan. Ontvangen dividend wordt ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.

Totaal van voorraden

Overige voorraden

De voorraad onderhoudsmaterialen wordt gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere opbrengstwaarde. Deze lagere netto-opbrengstwaarde wordt bepaald door individuele beoordeling van de voorraden.

Vlottende vorderingen

De verstrekte leningen en overige vorderingen onder de vlottende activa opgenomen die geen onderdeel zijn van de handelsportefeuille, worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde plus transactiekosten en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs minus een eventuele benodigde voorziening voor oninbaarheid.

Liquide middelen

De liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. De  liquide middelen zijn gewaardeerd op nominale waarde. Indien de middelen niet ter vrije beschikking staan, dan wordt hiermee bij de waardering rekening gehouden.

Bijzondere waardeverminderingen van financiële vaste activa

Patrimonium Groningen beoordeelt op elke balansdatum of een financieel actief of een groep van financiële activa bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Voor alle categorieën financiële activa die tegen (geamortiseerde) kostprijs worden gewaardeerd, wordt bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen, de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardevermindering bepaald en in de winst- en verliesrekening verwerkt.

Bij financiële activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs wordt de omvang van het verlies bepaald. Is het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument. Een voorheen opgenomen waarderingsverlies wordt teruggenomen, indien de afname van de waardevermindering verband houdt met een objectieve gebeurtenis na afboeking, tot maximaal het bedrag dat benodigd is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs ten tijde van de terugname als geen sprake zou zijn geweest van een bijzondere waardevermindering. Het teruggenomen verlies dient in de winst- en verliesrekening te worden verwerkt.

Eigen vermogen

Classificatie eigen vermogen en vreemd vermogen
In de jaarrekening wordt een financieel instrument geclassificeerd overeenkomstig de juridische realiteit. Rente, baten en lasten met betrekking tot een (deel van een) financieel instrument worden in de jaarrekening opgenomen afhankelijk van de classificatie van het financieel instrument als financiële verplichting respectievelijk als eigen-vermogensinstrument.

Herwaarderingsreserve
Jaarlijks wordt op balansdatum de marktwaarde van onroerende zaken in exploitatie opnieuw bepaald. Winsten of verliezen ontstaan door een wijziging in de marktwaarde worden verantwoord in de winst- en verliesrekening. Voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van het waarderingscomplex en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering, wordt een herwaarderingsreserve gevormd.

De herwaarderingsreserve in de balans als onderdeel van het eigen vermogen geeft aan dat een deel van het eigen vermogen op het waarderingsmoment nog niet gerealiseerd is. Bij het bepalen van de herwaarderingsreserve wordt geen rekening gehouden met latente belastingen.

Voorzieningen

Een voorziening wordt gevormd indien de groep op balansdatum een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft waarvan het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang betrouwbaar is te schatten. De omvang van de voorziening wordt bepaald door de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen  en verliezen per balansdatum af te wikkelen. Indien het effect van de tijdswaarde materieel is, worden de voorzieningen gewaardeerd tegen contante waarde. De voorziening voor latente belastingen wordt gewaardeerd tegen contante waarde. De gehanteerde disconteringsvoet voor belastingen is 2,37% (2023: 2,3%) en geeft zowel de actuele marktrente als de specifieke risico's met betrekking tot de verplichting weer.

Op het moment dat het waarschijnlijk is dat voor uitgaven die noodzakelijk zijn om een voorziening af te wikkelen een vergoeding van een derde zal worden ontvangen, wordt deze vergoeding gepresenteerd als  een afzonderlijk actief.

Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

In de jaarrekening worden naast juridisch afdwingbare verplichtingen tevens feitelijke verplichtingen verwerkt die kunnen worden gekwalificeerd als “intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd”.

Hiervan is sprake wanneer uitingen namens de woningcorporatie zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van de woningcorporatie rondom projectontwikkeling. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering van de verplichting en de externe communicatie heeft plaatsgevonden.

Bij investeringen in bestaande complexen wordt een voorziening gevormd indien de verwachte uitgaven van de investering hoger zijn dan de verwachte stijging van de marktwaarde van het complex als gevolg van deze investering. Voor het verschil tussen de investering en de verwachte stijging van de marktwaarde wordt een voorziening gevormd, indien en voor zover de uitgaven met betrekking tot een investering in bestaand vastgoed nog niet in de balans zijn verwerkt. 

In paragraaf 2.1 van het waarderingshandboek is opgenomen dat complexen die grootschalig worden onderhouden of gerenoveerd worden gezien als vastgoed in exploitatie. Waardering van vastgoed in exploitatie waarop grootschalig onderhoud wordt toegepast dan wel dat wordt gerenoveerd vindt plaats op basis van de (contante waarde van de) verwachte kasstromen na de ingreep minus de per balansdatum nog te maken investeringsuitgaven.

Bij een nieuwbouwproject wordt een voorziening gevormd indien de investering in het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie hoger is dan de verwachte marktwaarde van het vastgoed bij oplevering. Voor het verschil tussen de investering en de verwachte marktwaarde bij oplevering wordt een voorziening gevormd, indien en voor zover de uitgaven met betrekking tot het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie nog niet in de balans zijn verwerkt.

Indien het effect van de tijdswaarde van geld materieel is, worden de voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de betreffende verplichtingen af te wikkelen. Discontering vindt plaats op basis van een disconteringsvoet voor belastingen die zowel de actuele marktrente als de specifieke risico’s met betrekking tot de verplichting weergeeft.

Indien het effect van de tijdswaarde van geld niet materieel is of de periode waarover de uitgaven contant worden gemaakt maximaal een jaar is, wordt de voorziening gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Overige voorzieningen

De voorziening voor jubileumuitkeringen aan personeel is gevormd voor in de toekomst uit te betalen jubileumuitkeringen aan personeel op grond van Cao-bepalingen uitgaande van het personeelsbestand ultimo boekjaar. Bij de bepaling van de omvang van de voorziening is rekening gehouden met verwachte salarisstijgingen, een geschatte blijfkans en leeftijd. De voorziening is tegen de contante waarde opgenomen. 

De voorziening voor loopbaanontwikkeling is gevormd ter dekking van toekomstige verplichtingen op het gebied van loopbaanontwikkeling, waarvoor medewerkers van de corporatie op grond van Cao-bepalingen budgetrechten hebben opgebouwd. Bij het bepalen van deze voorziening wordt uitgegaan van het personeelsbestand ultimo boekjaar. De voorziening is tegen de contante waarde opgenomen.

De voorziening RVU is gevormd voor medewerkers die gebruik maken van de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU). Op basis van deze regeling hebben medewerkers de mogelijkheid om vervroegd uit te treden. Patrimonium Groningen heeft hier beleid op gemaakt en betaalt een vast bedrag per maand tot en met pensioendatum voor de medewerkers die hier gebruik van wensen te maken.
Bij de bepaling van de omvang van de voorziening is rekening gehouden met het aantal medewerkers dat ultimo boekjaar recht heeft en gebruik maakt van de RVU regeling, het deeltijdpercentage van de medewerker en het aantal maanden waarop de medewerker recht heeft.

Langlopende schulden

Opgenomen leningen en schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.

De aflossingsverplichting voor het komende jaar is opgenomen onder de kortlopende schulden.

Kortlopende schulden

De kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.

Derivaten

Patrimonium Groningen maakt geen gebruik van afgeleide financiële instrumenten zoals valutatermijncontracten en renteswaps ter afdekking van de gelopen risico's betreffende de rente- en valutaschommelingen.

Het niet langer in de balans opnemen van financiële activa en verplichtingen

Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen.

Leasing

Patrimonium Groningen beoordeelt bij het afsluiten van een overeenkomst of de overeenkomst een lease bevat. Een overeenkomst bevat een lease indien deze in ruil voor een vergoeding aan de wederpartij de zeggenschap gedurende de overeengekomen gebruiksperiode over het gebruik van een geïdentificeerd actief aan Patrimonium Groningen verleent.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat

Algemeen

Baten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben voor zover deze gerealiseerd zijn. De kosten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor vermelde grondslagen voor waardering en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. (Voorzienbare) verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar worden in acht genomen indien zij voor  het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden en overigens wordt voldaan aan de voorwaarden  voor het opnemen van voorzieningen.

Bijzondere baten of lasten die behoren tot de gewone bedrijfsuitoefening, worden op grond van aard, omvang of het incidentele karakter afzonderlijk toegelicht teneinde een goed inzicht te geven in het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening van de corporatie en met de ontwikkeling daarin. Bijzondere posten worden met het oog op de analyse en de vergelijkbaarheid van de resultaten zoveel mogelijk naar aard en omvang afzonderlijk toegelicht.

De winst- en verliesrekening wordt zoals voorgeschreven in de Woningwet, gepresenteerd op basis van de functionele indeling.

Huuropbrengsten

Hier worden de huuropbrengsten opgenomen die uit de exploitatie van het vastgoed worden gegenereerd. Dit zijn zowel de huuropbrengsten uit de exploitatie van het DAEB-vastgoed als het niet-DAEB-vastgoed. De jaarlijkse huurverhoging is van overheidswege gebonden aan een maximum. Voor het verslagjaar 2024 bedroeg dit maximumpercentage 5,8%. De opbrengsten uit hoofde van huur worden aangemerkt als zijnde gerealiseerd in het jaar van verlening van de diensten. De mutatie van de voorziening voor dubieuze debiteuren en de afboeking van dubieuze huurdebiteuren zijn onder deze post opgenomen.

Opbrengsten en lasten servicecontracten

Opbrengsten servicecontracten betreffen overeengekomen bijdragen van huurders en worden aangemerkt als zijnde gerealiseerd in het jaar van levering van de goederen en verlening van de diensten. De bijdragen zijn voor de dekking van de te maken en gemaakte servicekosten. Verrekening op basis van daadwerkelijke bestedingen vindt jaarlijks plaats. Gemaakte servicekosten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten in het verslagjaar waarop de servicekosten betrekking hebben.

Overheidsbijdragen

Overheidsbijdragen betreffen de vrijval uit de egalisatierekening rijksbijdragen en overige overheidsbijdragen. De overheidsbijdragen hebben betrekking op specifieke regelingen en worden aangemerkt als zijnde gerealiseerd in het jaar ten laste waarvan de gesubsidieerde uitgaven komen.

Subsidieregeling woningcorporaties aardbevingsgebied Groningen

Sinds 10 juli 2021 is de subsidieregeling woningcorporaties aardbevingsgebied Groningen van kracht. De regeling biedt woningcorporaties de mogelijkheid subsidie aan te vragen voor een bijdrage aan de huurders (€ 750 per huishouden) en de door de corporatie gemaakte kosten met betrekking tot verduurzaming, onderhoud en verbetering van het bezit. Enkel adressen binnen het aardbevingsgebied die buiten het versterkingsprogramma vallen, komen in aanmerking.

Het resterende subsidiebedrag, dat beschikbaar is voor onderhoud- en verbeteruitgaven, is voor de eerste verwerking opgenomen als ‘vooruit ontvangen subsidiegelden’ in de balans. In aanmerking gekomen investeringen en kosten worden bij realisatie verminderd met de toegewezen subsidie. Eind 2024 staat er nog € 952 duizend op de balans, de resterende werkzaamheden zullen begin 2025 worden uitgevoerd.

Lasten verhuur en beheeractiviteiten

Hier worden de directe en indirecte kosten verantwoord die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten. Hierbij kan worden gedacht aan:

  • lonen en salarissen voor personeel dat primair bezig is met de exploitatie van het vastgoed;
  • kosten klanten contact center.

De systematiek van toerekening is toegelicht onder “Toerekening baten en lasten”.

Lasten onderhoudsactiviteiten

De werkelijke onderhoudskosten voor dagelijks en mutatieonderhoud en planmatig onderhoud worden ten laste van de exploitatie gebracht. Het dagelijks en mutatieonderhoud wordt onderscheiden in de kosten van derden en de kosten van eigen dienst. Met ingang van boekjaar 2020 verwerkt Patrimonium Groningen "Uitgaven na eerste verwerking van vastgoed in exploitatie" in overeenstemming met het op 30 september 2019 gewijzigde artikel 14a van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. Zie toelichting en grondslagen bij rubriek Vastgoed in exploitatie.

Onder deze post worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden.

Reeds aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum worden verwerkt onder de niet in de balans opgenomen verplichtingen.

Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

Hieronder worden verantwoord de verhuurdersheffing, de kosten gerelateerd aan het niet kunnen incasseren van vorderingen op huurders anders dan huur en andere exploitatiekosten die niet tot een meer specifieke kostensoort behoren. Patrimonium Groningen verwerkt de overheidsheffingen zoals onroerendezaakbelasting en verhuurderheffing op het moment dat aan alle voorwaarden voor de overheidsheffing is voldaan.

Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

De post totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst minus de boekwaarde van het bestaand bezit en de toegerekende organisatiekosten. Opbrengsten worden verantwoord op het moment van overdracht van economische rechten en verplichtingen (passeren akte van levering).

Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Overige waardeveranderingen van vastgoedportefeuille

De overige waardeveranderingen worden gevormd door:

  • de waardevermindering die is ontstaan door aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in nieuwbouw indien en voor zover de verwachte marktwaarde lager is dan de kostprijs;
  • de terugname van eerder genomen waardeverminderingen door gewijzigde inschattingen van stichtingskosten/marktwaarde;
  • afwaarderingen (en eventuele terugnames van eerder genomen afwaarderingen) van grondposities;
  • afboeking van eerder geactiveerde bedragen voor investeringsprojecten.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille betreffen winsten of verliezen, die ontstaan door een wijziging in de marktwaarde van de vastgoedportefeuille in het verslagjaar (exclusief het effect van onrendabele investeringen en herstructureringen).

Netto resultaat overige activiteiten

Hieraan zijn de opbrengsten en kosten van beheer voor derden en VvE-beheer als ook opbrengsten zendmasten en erfpachtopbrengsten toegerekend.

Afschrijvingen materiële vaste activa in exploitatie

Op de onroerende zaken in exploitatie gewaardeerd op marktwaarde wordt niet afgeschreven.

Afschrijvingen (im)materiële vaste activa ten dienste van exploitatie

De afschrijvingen (im)materiële vaste activa ten dienste van exploitatie worden gebaseerd op de verkrijgings of vervaardigingsprijs. Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de geschatte economische levensduur. Afschrijving van het actief vindt plaats tot de restwaarde is bereikt. De afschrijvingen worden aan de verschillende activiteiten toegerekend.

Lonen, salarissen, sociale lasten en overige personeelskosten

Lonen, salarissen, sociale lasten en overige personeelskosten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst- en verliesrekening voor zover zij verschuldigd zijn aan werknemers. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden door de werknemers.

Overige organisatiekosten

De opbrengsten en kosten die niet toerekenbaar zijn (ook niet na toerekening van indirecte kosten), worden opgenomen onder Overige organisatiekosten. Voorbeelden hiervan zijn (een deel van) de (salaris)kosten van het management en de raad van commissarissen.

Kosten omtrent leefbaarheid

Onder deze post zijn leefbaarheidsuitgaven inzake sociale activiteiten en fysieke activiteiten opgenomen. De uitgaven inzake sociale activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor ondersteuning van bewonersinitiatieven, gebiedsgericht personeel, leefbaarheidsonderzoeken en uitgaven voor activiteiten.

De uitgaven inzake fysieke activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor buurtcentra, bijzondere gebouwen (zoals wijksteunpunten, buurtposten), onderhoud groenvoorziening, speeltoestellen, beveiliging openbare ruimte, schoonmaakacties.

Rentebaten en rentelasten

Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van die betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.
Rentelasten worden geactiveerd voor kwalificerende activa gedurende de periode van vervaardiging van een actief, indien het een aanmerkelijke tijd vergt om het actief gebruiksklaar of verkoopklaar te maken. De te activeren rente wordt berekend op basis van de verschuldigde rente over specifiek voor de vervaardiging opgenomen leningen en van de gewogen rentevoet van leningen die niet specifiek aan de vervaardiging van het actief zijn toe te rekenen, in verhouding tot de uitgaven en periode van vervaardiging.

Belastingen over de winst of het verlies

Acute belasting
De belasting wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst-en-verliesrekening, rekening houdend met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

Sinds 1 januari 2008 vallen de woningcorporaties integraal onder de vigerende belastingwetgeving. Eind 2008 is er overeenstemming bereikt tussen Aedes en de Belastingdienst betreffende de Vaststellingsovereenkomst 2 (VSO 2). De VSO 1 is eenzijdig in 2008 door de Belastingdienst opgezegd. Medio 2022 heeft de Belastingdienst woningcorporaties laten weten de dat de VSO 2  per 1 januari 2023 is opgezegd.

Acute vennootschapsbelasting
Door de opzegging van VSO 2 kunnen de regels uit deze vaststellingsovereenkomst in principe niet meer worden toegepast voor het bepalen van de acute vennootschapsbelastinglast of -bate over boekjaar 2024. Voor resultaten behaald bij terugkoop van VOV-woningen en bij gemengde projecten heeft de Belastingdienst eenzijdig toegezegd dat onder voorwaarden de regels uit VSO 2 ook in boekjaar 2024 nog mogen worden gebruikt. Voor het overige wordt de acute vennootschapsbelastinglast of -bate over boekjaar 2024 bepaald met toepassing van algemene fiscale wet- en regelgeving.

Latente belastingen

Voor alle belastbare tijdelijke verschillen tussen de commerciële en fiscale balanswaardering, wordt een latente belastingverplichting opgenomen. Voor alle verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de commerciële en fiscale balanswaardering en voor beschikbare voorwaartse verliescompensatie wordt een latente belastingvordering opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er fiscale winst beschikbaar zal zijn voor verrekening. De latente langlopende en kortlopende belastingvorderingen worden opgenomen onder de financiële vaste activa respectievelijk vorderingen onder de vlottende activa. Latente belastingverplichtingen worden opgenomen onder de voorzieningen.

Voor het vastgoed dat is bestemd voor doorexploitatie is sprake van fiscale faciliteiten die het mogelijk maken dat latenties na afloop van de levensduur worden doorgeschoven naar nieuw vastgoed. In het geval dat het zeer waarschijnlijk is dat voor het betreffende vastgoed geen fiscale afwikkeling gedurende de levensduur zal plaatsvinden, wordt rekening gehouden met de fiscale afwikkeling gebaseerd op de voorgenomen wijze van realisatie na afloop van de levensduur. Dit betekent dat de contante waarde van de latentie door de zeer lange periode tot het moment van afwikkeling naar nihil tendeert.

Toerekening baten en lasten

Om tot de functionele indeling van de winst-en-verliesrekening te komen wordt gebruik gemaakt van een kostenverdeelstaat. Hierbij worden de personeelslasten verdeeld op basis van de werkelijke activiteiten van de werknemers. De overige bedrijfskosten worden verdeeld door een verdeelsleutel te hanteren op basis van FTE.

Leasing

Leaseovereenkomsten die niet kwalificeren als financiële lease, worden aangemerkt als operationele lease. Bij operationele leases worden de leasebetalingen lineair over de looptijd van de lease ten laste van het resultaat verwerkt.

Grondslagen voor de opstelling van het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de directe methode.

De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen en vlottende effecten. De effecten kunnen worden beschouwd als zeer liquide beleggingen.
Winstbelastingen, ontvangen interest, betaalde interest en ontvangen dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

Grondslagen gescheiden verantwoording DAEB en niet-DAEB

Patrimonium Groningen heeft de gescheiden verantwoording DAEB en niet-DAEB opgenomen in de toelichting op de jaarrekening.

Op grond van artikel 15 lid 2 en 4 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 heeft Patrimonium Groningen onderscheid aangebracht tussen diensten van algemeen economische belang (DAEB tak) en de overige diensten (niet-DAEB tak). Daartoe zijn een afzonderlijke balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht voor respectievelijk de DAEB tak en de niet-DAEB tak opgesteld.

Aard van de niet-DAEB activiteiten
De niet-DAEB activiteiten van Patrimonium Groningen bestaan (conform het door de Autoriteit Woningcorporaties goedgekeurde “scheidingsvoorstel”) met name uit bedrijfs onroerend goed.

Grondslagen voor de splitsing
De belangrijkste uitgangspunten en grondslagen ten aanzien van de afzonderlijke primaire overzichten zijn:

  • Conform het door de Autoriteit Woningcorporaties goedgekeurde “scheidingsvoorstel”, zijn de vastgoedbeleggingen in exploitatie gesplitst naar vastgoed in exploitatie DAEB en niet-DAEB.
  • Met betrekking tot het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie en de gerelateerde voorzieningen is onderscheid gemaakt op projectniveau, op basis van de daadwerkelijke projectplannen en de hieruit voortvloeiende classificatie.
  • In de DAEB-tak van Patrimonium Groningen is een post opgenomen inzake de nettovermogenswaarde van de niet-DAEB-tak (gelijk aan het eigen vermogen van de niet-DAEB-tak. Hierdoor is het eigen vermogen van de DAEB-tak gelijk aan het eigen vermogen van de enkelvoudige jaarrekening.
  • De belastinglatenties zijn volledig toegerekend aan de DAEB-tak als ware zij het hoofd van de fiscale eenheid;
  • Ten aanzien van de liquide middelen is geen onderscheid te maken op basis van separate bankrekeningen. De splitsing is gemaakt op basis van de beginstand conform het goedgekeurde scheidingsvoorstel, gecorrigeerd voor de daaropvolgende “gesplitste” kasstromen.
  • Huuropbrengsten en onderhoudskosten zijn voor zover mogelijk gesplitst op basis van koppeling aan het betreffende vastgoed.
  • Voor overige opbrengsten en kosten, heeft Patrimonium Groningen een verdeelsleutel toegepast op basis van de huuropbrengsten van het DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie.

Voor de gescheiden kasstroomoverzichten is een identieke benadering toegepast als voor de gescheiden winst- en verliesrekeningen.

Toelichting op de balans per 31 december 2024

1. Vastgoedbeleggingen

DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie

  DAEB Niet-DAEB Totaal
       
Stand per 1 januari 2024      
Aanschafprijs 386.168.369 36.070.440 422.238.809
Cumulatieve waardeveranderingen 563.125.258 2.503.102 565.628.360
Marktwaarde 949.293.627 38.573.542 987.867.169
       
Mutaties in het boekjaar:      
Investeringen 25.201.794 503.244 25.705.038
Subsidie -343.752 0 -343.752
Desinvesteringen -953.391 -255.594 -1.208.985
Herclassificatie DAEB/niet-DAEB -358.351 358.351 0
Onttrekking voorziening onrendabele investeringen (na-investeringen)   60.782 60.782
Overboeking voorziening onrendabele investeringen (renovaties) -7.031.155   -7.031.155
Aanpassing van de marktwaarde 69.758.935 2.586.753 72.345.688
Saldo 86.274.080 3.253.536 89.527.616
       
Stand per 31 december 2024:      
Aanschafprijs 410.813.951 36.528.465 447.342.416
Cumulatieve waardeveranderingen 624.753.756 5.298.613 630.052.369
Marktwaarde 1.035.567.707 41.827.078 1.077.394.785

De Aanpassing door waardeverandering vastgoed in exploitatie in de herwaarderingsreserve bedraagt € 89,0 miljoen. Dit effect van de niet-gerealiseerde waardeverandering op de mutatie herwaardering in de herwaarderingsreserve bedraagt uitgesplitst voor het DAEB- en niet-DAEB vastgoed in exploitatie respectievelijk €76,5 miljoen (2023: € 69,4 miljoen) en € 12,5 miljoen (2023: € 2,9 miljoen).
Mutaties in de marktwaarde van het bezit van een corporatie worden veroorzaakt door:
− Aanpassingen (van parameters) als gevolg van marktontwikkelingen
− Aanpassingen in de methodiek van het handboek voortkomend uit de praktijk
− Aanpassingen als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving
− Mutaties in het bezit
− Mutaties in de basisgegevens van verhuureenheden en complexen
− Wijzigingen in de gebruikte software of modellen voor het uitvoeren van de waardering

Verloop marktwaarde

 
   
Marktwaarde per 1 januari 2024  987.867.169 
   
Desinvesteringen -1.202.213
Autonome ontwikkelingen 28.671.357
Parameterwijzigingen 29.249.066
Methodische wijzigingen -4.140.932
Wijziggingen in bezitsgegevens 50.499.256
Wijziging door taxatie -6.517.764
Correctie in verband met grootschalig onderhoud of renovatie -7.031.155
   
Marktwaarde per 31 december 2024 1.077.394.785

De voorraadmutaties bestaan naast de boekwaarde uit verkopen uit effecten van samenvoegingen en administratieve correcties in het bezit. Hieronder worden de belangrijkste factoren voor de wijziging van de marktwaarde ten opzichte van vorig jaar toegelicht:

WOZ-waardes (mutatie objectgegevens)
Ten opzichte van vorig jaar is de gemiddelde WOZ-waarde van de woningen gestegen naar € 212,5 duizend (2023: € 212,2 duizend). De peildatum voor 2024 is 1-1-2023, de peildatum voor 2023 is 1-1-2022. Deze stijging van 0,1% veroorzaakt een stijging van de gehanteerde leegwaarde en daarmee de verkoopopbrengsten.

Leegwaardestijging (parameteraanpassingen a.g.v. marktontwikkelingen)
De leegwaarde is de geschatte verkoopprijs op basis van de kosten koper, vrij van huur en overige lasten. De leegwaarde wordt als opbrengst in het uitpondscenario opgenomen, zodra de mogelijkheid tot de verkoop van een verhuureenheid zich voordoet. De leegwaarde wordt gelijkgesteld aan de geïndexeerde WOZ-waarde. De (verwachte) stijging van de leegwaarde, heeft een positief effect op de marktwaarde.

Disconteringsvoet (mutatie parameteraanpassingen)
De disconteringsvoet is de marktconforme rendementseis waartegen de verwachte toekomstige inkomsten en uitgaven contant worden gemaakt.

De gemiddelde disconteringsvoet van woningen is als gevolg van de marktontwikkelingen over het algemeen een fractie hoger dan de disconteringsvoet van vorig jaar. Deze stijging van de disconteringsvoet heeft een negatief effect op de marktwaarde van € 31,4 miljoen.

Tarief overdrachtsbelasting

De overdrachtskosten voor de marktwaarde per 31-12-2024 zijn gelijk gebleven met vorig jaar en bedraagt 11,4% (10,4% overdrachtsbelasting en 1% overdrachtskosten). Voor de beleidswaarde geldt dat er voor woningen geen overdrachtskosten zijn. Voor BOG/MOG/ZOG en parkeren geldt dat de beleidswaarde gelijk is aan de marktwaarde. 

Handboek marktwaarde 2024
Eind maart is het Handboek marktwaarde 2024 herzien. De benodigde aanpassingen om te komen tot een marktconforme waardering zijn doorgevoerd middels aanpassing van de disconteringsvoet. Hiertoe heeft onderzoek plaatsgevonden waarbij is vastgesteld dat de verwachte uitkomsten van de basisversie in lijn liggen met de ontwikkeling van de leegwaarde van woningen gebaseerd op NVM cijfers in de regio. Als uitgangspunt is hierbij gehanteerd dat deze ontwikkeling van de marktwaarde (exclusief correcties voorgaand jaar) in lijn ligt met de ontwikkeling van de marktwaarde in verhuurde staat

Uitgangspunten marktwaarde

Bedragen x€1.000

x € 1.000 Waarderings-variant 2024 2023
       
Eengezinswoningen basis 100.191 90.096
Eengezinswoningen full 64.625 60.477
Meergezinswoningen basis 802.660 727.531
Meergezinswoningen full 56.292 57.112
Bedrijfs onroerend goed full 19.344 18.439
Maatschappelijk onroerend goed full 7.162 7.027
Intramuraal zorgvastgoed full 20.283 20.398
Parkeergelegenheden basis 6.546 6.533
Parkeergelegenheden full 292 315
    1.077.395 987.928

Bij het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat is gebruik gemaakt van meerdere macro economische parameters en of schattingen. Het handboek modelmatig waarderen marktwaarde bepaalt de marktwaarde van de onroerende zaken in exploitatie op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen (Discounted Cash Flow methode). 

De toekomstige kasstromen worden bepaald aan de hand van een doorexploitatie- en een uitpondscenario. Voor het bepalen van de marktwaarde wordt de hoogste van deze beide gehanteerd. Bij het doorexploitatiescenario is de veronderstelling dat het volledige complex in exploitatie blijft gedurende de DCF-periode. Bij het uitpondscenario is de veronderstelling dat na mutatie tot verkoop van individuele woningen tegen leegwaarde wordt overgegaan. 

De berekening wordt uitgevoerd over een DCF-periode van vijftien jaar. In het doorexploiteerscenario wordt de huur bij mutatie aangepast naar de markthuur of de maximale huur, afhankelijk of de woongelegenheid bij mutatie is te liberaliseren. 

  • Indien de maximale huur lager dan of gelijk is aan de huurliberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur het minimum van de markthuur en de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelstel. 
  • Indien de maximale huur hoger is dan liberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur de markthuur. 
  • Om de te verwachten kasstromen in de DCF-berekening te bepalen, wordt gebruik gemaakt van de macro economische parameters.

Een deel van ons bezit is gelegen in het aardbevingsgebied. De marktwaarde van de objecten in het aardbevingsgebied is in onderstaande tabel uiteengezet.

  2024 2023
Eengezinswoningen  64.625.447   60.477.490 
Meergezinswoningen  56.291.727   52.140.624 
Bedrijfs onroerend goed  2.223.983   2.278.888 
Maatschappelijk onroerend goed  2.587.528   2.599.115 
Intramuraal zorgvastgoed  8.406.961   8.121.030 
Parkeergelegenheden  -   - 
   134.135.646   125.617.147 

Parameters woongelegenheden

  2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 e.v.
               
Prijsinflatie 3,60% 3,20% 2,70% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Loonstijging 6,60% 4,30% 3,80% 3,80% 3,80% 2,50% 2,50%
Bouwkostenstijging 6,60% 4,30% 3,80% 3,80% 3,80% 2,50% 2,50%
Leegwaardestijging 15,40% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Instandhoudingsonderhoud per vhe - EGW 1532-2327 1532-2327 1532-2327 1532-2327 1532-2327 1532-2327 1532-2327
Instandhoudingsonderhoud per vhe - MGW 1303-2426 1303-2426 1303-2426 1303-2426 1303-2426 1303-2426 1303-2426
Beheerkosten per vhe - EGW 542 542 542 542 542 542 542
Beheerkosten per vhe - MGW 532 532 532 532 532 532 532
Belastingen, verzekeringen en overige
zakelijke lasten (% van de WOZ)
0,07% 0,07% 0,07% 0,07% 0,07% 0,07% 0,07%
Huurderving (% van de huursom) 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00%
Mutatiekans bij doorexploiteren 4%-50% 4%-50% 4%-50% 4%-50% 4%-50% 4%-50% 4%-50%
Mutatiekans bij uitponden 4%-50% 4%-50% 4%-50% 4%-50% 4%-50% 4%-50% 4%-50%
Verkoopkosten bij uitponden (% van de
leegwaarde)
1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00%
Disconteringsvoet - risicovrije rentevoet 2,45% 2,45% 2,45% 2,45% 2,45% 2,45% 2,45%
Disconteringsvoet - vastgoed sectorspecifieke opslag 4,87% 4,87% 4,87% 4,87% 4,87% 4,87% 4,87%

Voor splitsingskosten is een norm gehanteerd van € 644 (2023: € 604) per te splitsen eenheid. De overdrachtskosten, bestaande uit overdrachtsbelasting alsmede notaris- en registratiekosten, bedragen 11,4% (2023: 11,4%) van de berekende waarde van een verhuureenheid

Parameters bedrijfsmatig onroerend goed

  2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 e.v.
               
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo 7,33 7,33 7,33 7,33 7,33 7,33 7,33
Mutatieonderhoud per m2 bvo 12,29 12,29 12,29 12,29 12,29 12,29 12,29
Beheerkosten % van de markthuur 3,00% 3,00% 3,00% 3,00% 3,00% 3,00% 3,00%
Belastingen, verzekeringen en overige
zakelijke lasten (% van de WOZ)
0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13%
Disconteringsvoet - risicovrije rentevoet 2,45% 2,45% 2,45% 2,45% 2,45% 2,45% 2,45%
Disconteringsvoet - vastgoed sectorspecifieke opslag 4,87% 4,87% 4,87% 4,87% 4,87% 4,87% 4,87%
Overdrachtskosten, incl. aankoopkosten 11,40% 11,40% 9,00% 9,00% 9,00% 9,00% 9,00%

Parameters maatschappelijk onroerend goed

  2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 e.v.
               
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo 8,91 8,91 8,91 8,91 8,91 8,91 8,91
Mutatieonderhoud per m2 bvo 14,89 14,89 14,89 14,89 14,89 14,89 14,89
Beheerkosten % van de markthuur 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Belastingen, verzekeringen en overige
zakelijke lasten (% van de WOZ)
0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13%
Disconteringsvoet - risicovrije rentevoet 2,45% 2,45% 2,45% 2,45% 2,45% 2,45% 2,45%
Disconteringsvoet - vastgoed sectorspecifieke opslag 4,87% 4,87% 4,87% 4,87% 4,87% 4,87% 4,87%
Overdrachtskosten, incl. aankoopkosten 11,40% 11,40% 9,00% 9,00% 9,00% 9,00% 9,00%

Parameters intramuraal zorgvastgoed

  2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 e.v.
               
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo 11,84 11,84 11,84 11,84 11,84 11,84 11,84
Mutatieonderhoud per m2 bvo 14,89 14,89 14,89 14,89 14,89 14,89 14,89
Beheerkosten % van de markthuur 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50%
Belastingen, verzekeringen en overige
zakelijke lasten (% van de WOZ)
0,35% 0,35% 0,35% 0,35% 0,35% 0,35% 0,35%
Disconteringsvoet - risicovrije rentevoet 2,45% 2,45% 2,45% 2,45% 2,45% 2,45% 2,45%
Disconteringsvoet - vastgoed sectorspecifieke opslag 4,87% 4,87% 4,87% 4,87% 4,87% 4,87% 4,87%
Overdrachtskosten, incl. aankoopkosten 11,40% 11,40% 9,00% 9,00% 9,00% 9,00% 9,00%

Parameters parkeergelegenheden

  2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 e.v.
               
Instandhoudingsonderhoud - parkeerplaats 67,67 67,67 67,67 67,67 67,67 67,67 67,67
Instandhoudingsonderhoud - garagebox 227,82 227,82 227,82 227,82 227,82 227,82 227,82
Beheerkosten - parkeerplaats 33,83 33,83 33,83 33,83 33,83 33,83 33,83
Beheerkosten - garagebox 46,24 46,24 46,24 46,24 46,24 46,24 46,24
Splitsingskosten per vhe 643,99 643,99 643,99 643,99 643,99 643,99 643,99
Verkoopkosten per vhe 643,99 643,99 643,99 643,99 643,99 643,99 643,99
Belastingen, verzekeringen en overige
zakelijke lasten (% van de WOZ)
0,23% 0,23% 0,23% 0,23% 0,23% 0,23% 0,23%
Disconteringsvoet - risicovrije rentevoet 2,45% 2,45% 2,45% 2,45% 2,45% 2,45% 2,45%
Disconteringsvoet - vastgoed sectorspecifieke opslag 4,87% 4,87% 4,87% 4,87% 4,87% 4,87% 4,87%
Overdrachtskosten, incl. aankoopkosten 11,40% 11,40% 9,00% 9,00% 9,00% 9,00% 9,00%

Inschakeling taxateur

Jaarlijks wordt 1/3 deel van de onroerende zaken in exploitatie getaxeerd door een onafhankelijke en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs. Dit betekent dat elk derde deel van de onroerende zaken in exploitatie minimaal eens per drie jaar opnieuw wordt getaxeerd. Het taxatierapport en het taxatiedossier waarin de waardering en de daarbij gehanteerde aanpassingen ten opzichte van de basisvariant zijn onderbouwd en vastgelegd zijn in het bezit van Patrimonium Groningen en op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit woningcorporaties. De taxateur is ingeschakeld voor het bedrijfsonroerendgoed, maatschappelijk vastgoed, intramuraal zorgvastgoed en het bezit in het aardbevingsgebied

Toepassing vrijheidsgraden

Patrimonium Groningen heeft voor een gedeelte van haar vastgoedbezit (bedrijfs-, maatschappelijken intramuraal zorgvastgoed) verplicht de full versie van het Handboek toegepast. Daarnaast heeft Patrimonium Groningen voor haar eengezinswoningen, meergezinswoningen en parkeerplaatsen gelegen in het aardbevingsgebied de full versie van het Handboek toegepast. De reikwijdte, aard en omvang van de aanpassingen zijn van toepassing op meerdere complexen, derhalve worden de gehanteerde vrijheidsgraden hierna schematisch op portefeuilleniveau toegelicht. Indien en voor zover op complexniveau is afgeweken van de vrijheidsgraden op portefeuilleniveau, dan wordt dit separaat toegelicht.

Ten slotte wordt hier opgemerkt dat bij de gehanteerde vrijheidsgraden zoveel als mogelijk aansluiting is gezocht bij het document "Best Practices vrijheidsgraden behorende bij het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde", dat tot stand is gekomen op basis van een samenwerking tussen diverse gespecialiseerde partijen.

De hierna genoemde vrijheidsgraden hebben betrekking op de mate van afwijking ten opzichte van de basisvariant.

  Schematische vrijheid Markthuur Leegwaarde Exit Yield Disconteringsvoet Mutatiekans
Eengezinswoning (EGW) - € 914 - € 1.060 € 245.000 - € 337.500 6,20% - 7,00% 6,00% - 7,00% 4,00% - 12,00%
Meergezinswoning (MGW) - € 568 - € 1.124 € 145.000 - € 415.000 6,00% - 7,00% 5,90% - 6,75% 4,00% - 17,14%
Bedrijfsmatigonroerrend goed (BOG) - € 15 - € 300 - 4,25% -13,00% 5,50% - 99,00% 4,00% - 40,00%
Maatschappelijk onroerend goed (MOG) - € 70 - €150 - 7,00% - 12,00% 5,80% - 11,80% 4,00% - 10,00%
Intramutraal zorgvastgoed (ZOG) - € 4.073 - € 8.980 - 6,00% - 8,50% 7,00% - 9,0% 4,00% - 4,00%
Parkeerplaats - 500 - 5,00% 4,00% 4,00% - 4,00%

Schematische vrijheid
Wordt toegepast bij BOG-objecten (ateliers) en heeft betrekking op het specifieke verloop van de toekomstige huuropbrengst.

Markthuur(stijging)
Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur heeft op complexniveau referenties geraadpleegd, uit de NVM-database teneinde marktconforme markthuur(stijgingen) voor de getaxeerde BOG/MOG/ZOGobjecten in de taxaties te kunnen verwerken.

Exit yield
Deze vrijheidsgraad is toegepast bij BOG/MOG-objecten. Taxateur acht een inschatting van de exit yield op basis van het model van taxateur (waarbij onder meer de aanwezige huurpotentie als uitgangspunt wordt gehanteerd) beter passend en tot meer marktconforme waarderingsuitkomsten komt. 

Leegwaarde(stijging)
Deze vrijheidsgraad is wel toegepast. De taxateur heeft de leegwaarde van verschillende objecten aangepast op basis van referenties.

Disconteringsvoet
Deze vrijheidsgraad is wel toegepast, zowel bij BOG/MOG/ZOG-objecten als de eengezins- en meergezinswoningen. Taxateur is van mening dat de disconteringsvoet die tot stand komt op grond van de basisversie onvoldoende recht doet aan de afwijkende risicoprofielen van de complexen onderling, en heeft derhalve per complex een inschatting gemaakt van de disconteringsvoet.

Mutatie- en verkoopkans
Deze vrijheidsgraad toegepast. De taxateur heeft de mutatiekans aangepast op basis van het historisch gemiddelde van complexen. 

Onderhoud
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

Technische splitsingskosten
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

Bijzondere omstandigheden
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

Erfpacht
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

Exploitatiescenario
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

Schattingen

Gelet op de huidige marktomstandigheden kunnen toekomstige marktontwikkelingen waarop zowel door interne als door externe taxateurs gehanteerde aannames en schattingen ter bepaling van de reële waarde van het vastgoed waar de full waarderingsvariant van toepassing is, ten opzichte van de werkelijk te verwachten marktontwikkelingen van significante invloed zijn op de uitkomsten van de huidige waardering in de jaarrekening.

Om inzicht te geven in de effecten van redelijkerwijs mogelijke wijzigingen in belangrijke parameters op de reële waarde van het gehele vastgoed in exploitatie – gewaardeerd volgens de DCF-methode – is de volgende gevoeligheidsanalyse opgenomen:

            Effect op marktwaarde
Parameters Gehanteerd in marktwaarde   Stel mogelijke afwijking   %
  2023 2024       2023 2024 2023 2024
Disconteringsvoet 2,2%-21% 4% – 21%   1%-punt (hoger)   € 102,6 miljoen lager € 95,6 miljoen lager -10,40% -8,82%
Disconteringsvoet 2,2%-21% 4% – 21%   -1%-punt (lager)   € 260,8 miljoen hoger € 149,9 miljoen hoger 26,40% 13,83%
Mutatiegraad 4%-50% 4% – 50%   10% (hoger)   € 12,4 miljoen hoger € 19,4 miljoen hoger 1,25% 1,79%
Mutatiegraad 4%-50% 4% – 50%   -10% (lager)   € 12,3 miljoen lager € 18,9 miljoen lager -1,24% -1,74%

* Het effect op de reële markt waarde is berekend per afzonderlijke afwijking (overige parameters blijven gelijk).

Beleidswaarde

  2024 2023
     
Eengezinswoningen (EGW) 121.844 99.388
Meergezinswoningen (MGW) 526.291 430.104
Bedrijfs onroerend goed 19.344 18.439
Maatschappelijk onroerend goed 7.162 7.027
Intramuraal zorgvastgoed 20.283 20.398
Parkeergelegenheden 6.838 6.848
     
Totaal beleidswaarde 701.762 582.204
     
Marktwaarde DAEB- en niet-DAEB vastgoed in exploitatie 1.077.395 987.928
Maatschappelijke bestemming (van het eigen vermogen) 375.633 405.724

De beleidswaarde per 31 december 2024 is € 119,5 miljoen gestegen ten opzichte van 2023.

Uitgangspunten beleidswaarde
De beleidswaarde is een afgeleide waarde van de marktwaarde. Vertrekpunt voor de beleidswaarde is de huidige marktwaarde. Om te komen tot de beleidswaarde, is de DCF berekening van de marktwaarde voor woongelegenheden aangepast op vier onderdelen die duiding geven aan de maatschappelijke opgave. Dit betreft geen marktconforme maar maatschappelijke beleidskasstromen voor huur, onderhoud en beheer, en alleen doorexploiteren van het bezit in plaats van de hoogste van uitponden en doorexploiteren. Het verschil tussen markt- en beleidswaarde heet de 'maatschappelijk bestemming' en geeft duiding aan de waarde (en in de jaarrekening vermogen) dat niet wordt gerealiseerd gegeven het maatschappelijke beleid.

In het bestuursverslag is een beleidsmatige beschouwing opgenomen over het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van de onroerende zaken in exploitatie, alsmede de ontwikkeling van beide waardes en de consequenties van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde voor het eigen vermogen.

De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Patrimonium Groningen en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:
− Enkel uitgaan van het doorexploiteerscenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in
exploitatie.
− Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie.
− Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het (onderhouds)beleid van de corporatie en het als onderdeel daarvan vastgestelde meerjaren onderhoudsprogramma voor het vastgoedbezit, in plaats van onderhoudsnormen in de markt.
− Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerslasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd 'lasten verhuur en beheeractiviteiten' in de resultatenrekening

Uitgangspunten beleidswaarde

  2024 2023
     
Streefhuur per maand eengezinswoningen *  € 781   € 733 
Streefhuur per maand meergezinswoningen *  € 651   € 640 
Lasten onderhoud per jaar  € 3.127   € 2.519 
Lastenbeheer per jaar  € 1.098   € 1.019 

Omvang van de vier afslagen van marktwaarde naar beleidswaarde

  2024 2023
  % %
         
Marktwaarde 1.077.394.785 100,00% 987.927.951 100,00%
Stap 1: Beschikbaarheid -113.486.376 -10,53% 122.717.678 12,42%
Stap 2: Betaalbaarheid -266.396.120 -24,73% -331.543.675 -33,56%
Stap 3: Kwaliteit -167.790.152 -15,57% -171.585.302 -17,37%
Stap 4: Beheer -20.096.193 -1,87% -25.312.473 0,00%
Disconteringsvoet 192.136.467 17,83% 0 0,00%
Beleidswaarde 701.762.410 65,14% 582.204.179 58,93%

Sensitiviteitsanalyse

In onderstaande tabellen wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van deze uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:

      Effect op beleidswaarde
Parameters Gehanteerd in beleidswaarde Stel mogelijke afwijking %
         
Disconteringsvoet 4,17%-4,70% 1%-punt hoger € 121,9 miljoen lager -17,30%
Streefhuur per maand € 670 € 25 hoger € 46,8 miljoen hoger 6,60%
Lasten onderhoud en beheer per jaar € 3.127 / € 1.098 2x € 100 hoger € 38,8 miljoen lager -5,48%

WOZ-informatie

De WOZ-waarde ultimo 2024 met waarde peildatum 1-1-2023 bedraagt € 1,4 miljard (2023: € 1,4 miljard)

Zekerheden en beperkingen

Zonder toestemming van het WSW is het de corporatie niet toegestaan om de woningen die met door het WSW geborgde leningen zijn gefinancierd te bezwaren met een beperkt recht (recht van pand/hypotheek, recht van opstal, recht van erfpacht, recht van vruchtgebruik) of de verplichting aan te gaan om deze woningen met een zekerheidsrecht te bezwaren (positieve hypotheekverklaring). Als gevolg hiervan zijn de woningen die met geborgde leningen zijn gefinancierd, niet met hypothecaire zekerheden bezwaard. Daarnaast heeft het WSW recht van eerste hypotheek op de woningen van de corporatie betreffende de door het WSW geborgde financiering. Voor de door het WSW verstrekte borgstelling heeft de corporatie een obligoverplichting gebaseerd op de omvang van de door het WSW geborgde leningen. Deze obligoverplichting is in de toelichting op de balans vermeld onder de ‘Niet in de balans opgenomen regelingen en verplichtingen’

Juridische en feitelijke verplichtingen inzake de waardering van het vastgoed

Er zijn prestatieafspraken gemaakt met de gemeente Groningen over de ontwikkeling en realisatie van woningen voor de periode 2021-2025. Deze afspraken leiden niet tot restricties in de sfeer van huurprijs- en verkoopbeperkende regels, instandhouding van een bepaalde minimumomvang van de goedkope woningvoorraad of waardedrukkend effect op de geschatte marktwaarde van de vastgoedbeleggingen. Dit zijn geen juridische afdwingbare verplichtingen. 

Aardbevingsrisico

Patrimonium Groningen heeft woningen in een gebied waar aardbevingen optreden. Dit heeft nu en in de toekomst effect op onder meer bedrijfsvoering en risico’s en daarmee eveneens op de jaarrekening. Het vastgoed van Patrimonium Groningen bevindt zich uitsluitend in de stad Groningen, een deel van de woningen bevindt zich in het risicogebied waar 20% of meer geaccepteerde schadegevallen ten opzichte van de totale woningvoorraad voorkomt. Patrimonium Groningen heeft beoordeeld of zij financieel in staat is om de gevolgen van de aardbevingsschade (waaronder het verschil tussen uitgaande kasstromen als gevolg van schadeherstel en beperking en de extra kosten in haar bedrijfsvoering versus de te ontvangen vergoedingen) op te vangen en de toekomstige bedrijfsvoering te kunnen continueren. Naar de mening van het bestuur, met de kennis ten tijde van het opmaken van de jaarrekening is er geen aanleiding om te veronderstellen dat Patrimonium Groningen hier niet toe in staat zou zijn. Patrimonium Groningen schat het risico ten aanzien van de continuïteit op dit moment als laag in. In het jaarverslag wordt een nadere toelichting gegeven over de aardbevingsrisico’s

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

  2024 2023
     
Stand per 1 januari:    
Aanschafprijs 1.120.933 0
Cumulatieve waardeveranderingen -1.120.933 0
Boekwaarde 0 0
     
Mutaties in het boekjaar:    
Investeringen 5.196.823 1.120.933
Waardeverminderingen 0 0
Overige mutaties -2.393.202 -1.120.933
Saldo 2.803.621 0
     
Stand per 31 december:    
Aanschafprijs 6.317.756 1.120.933
Cumulatieve waardeveranderingen -3.514.135 -1.120.933
Boekwaarde 2.803.621 0

Het saldo van de aanloopkosten voor nieuwbouw zijn, daar waar het IFEC (interne formalisatie, externe communicatie) moment nog niet heeft plaatsgevonden, in 2024 in het resultaat verwerkt. De overige mutaties betreft onttrekkingen aan de voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen.

2. Totaal van materiële vaste activa

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

  2024 2023
     
Stand per 1 januari:    
Aanschafprijs 5.939.129 5.785.665
Cumulatieve afschrijvingen -4.816.960 -4.598.835
Boekwaarde 1.122.169 1.186.830
     
Mutaties in het boekjaar:    
Investeringen 19.431 153.463
Afschrijvingen -208.228 -218.124
Saldo -188.797 -64.661
     
Stand per 31 december:    
Aanschafprijs 5.958.560 5.939.129
Cumulatieve afschrijvingen -5.025.188 -4.816.960
Boekwaarde 933.372 1.122.169

Afschrijvingen

De afschrijvingen op de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn bepaald volgens de lineaire methode rekening houdend met een eventuele restwaarde, onder toepassing van de componentenbenadering en gebaseerd op de volgende verwachte gebruiksduur:
− bedrijfsterreinen: geen afschrijving
− automatisering: 5 jaar
− bedrijfsauto's: 5 jaar
− inventaris kantoor: 5 of 10 jaar
− kantoorgebouw (exclusief grond): 50 jaar
Het kantoorgebouw wordt als geheel en niet naar componenten afgeschreven, aangezien de invloed van het verschil in afschrijving op het resultaat en vermogen verwaarloosbaar is

Actuele waarde

De actuele waarde (WOZ-waarde) van het kantoorpand bedraagt € 884 duizend (2023: € 859 duizend).

Zekerheden

Er zijn geen bedrijfsgebouwen en -terreinen hypothecair verbonden ten behoeve van kredietinstellingen. 

3. Financiële vaste activa

Latente belastingvorderingen

Het verloop van de latente belastingvorderingen is als volgt:

  2024 2023
     
Stand per 1 januari 896.528 1.143.528
Dotaties ten gunste van het resultaat 6.000 30.000
Onttrekking ten laste van het resultaat -185.000 -277.000
Vrijval ten laste van het resultaat 0 0
Stand per 31 december 717.528 896.528

De post latente belastingvorderingen is als volgt samengesteld:

  2024 2023
     
Afschrijvingspotentieel vastgoed in exploitatie 284.528 468.528
Disagio leningen 433.000 428.000
  717.528 896.528

De latenties uit hoofde van tijdelijke verschillen zijn als volgt samengesteld:

  Waardering in jaarrekening Fiscale waardering Waarderingsverschil Latentie tegen nominale waarde Latentie tegen contante waarde
Leningen 224.620.534 222.613.180 2.007.354 518.000 433.000
MVA in exploitatie 1.083.277.343 681.707.771 401.569.572 -103.605.000 0
Afschrijvingen 0 1.194.000 -1.194.000 308.000 284.528
  1.307.897.877 905.514.951 402.382.926 -102.779.000 717.528

Algemeen

De latente belastingvorderingen zijn contant gemaakt tegen een disconteringsvoet van 1,76%, waarbij rekening is gehouden met een afslag voor het Vpb tarief.(2023: 1,72%). De contante waarde van de belastinglatentie op balansdatum bedraagt € 717.528 .Verwacht wordt dat van deze latente belastingvorderingen een bedrag van € 90.000 binnen een jaar wordt gerealiseerd.

Disagio leningen

Er is een actieve latentie gevormd voor het verschil tussen de commerciële en fiscale waardering van de langlopende leningen aan overheid en banken bestaande op 1 januari 2008. De latentie loopt af over de resterende looptijd van de leningen en heeft een gemiddelde looptijd van afgerond 10 jaar. Het waarderingsverschil bedraagt € 2 miljoen (2023: € 2 miljoen).

Vastgoed in exploitatie

Vastgoed in exploitatie wordt aangehouden met een exploitatiebestemming, waarbij wordt gehanteerd dat de latenties inzake dit vastgoed na afloop van de levensduur doorschuiven naar nieuw vastgoed middels sloop/nieuwbouwprojecten. Het is waarschijnlijk dat voor het vastgoed geen fiscale afwikkeling gedurende de levensduur zal plaatsvinden. Door de zeer lange periode tot het moment van afwikkeling, tendeert de latentie naar nihil. 

Afschrijvingspotentieel vastgoed in exploitatie

Er is een actieve latentie gevormd voor het afschrijvingspotentieel van huurwoningen waarbij de fiscale boekwaarde hoger is dan de fiscale bodemwaarde (100% van de WOZ-waarde). Het nominale verschil is op eenheidsniveau contant gemaakt tegen een resterende fiscale looptijd van maximaal 50 jaar. Naar verwachting kan de komende 10 jaar worden afgeschreven over de betreffende verhuureenheden.

Overige effecten

  2024 2023
     
Overige effecten 1.219 1.219
  1.219 1.219

Dit betreft 100 aandelen in Woningnet N.V. te Utrecht.

Overige voorraden

  2024 2023
     
Overige voorraden 222.915 213.829
  222.915 213.829

Betreft de voorraad onderhoudsmaterialen van afdeling technische dienst in het magazijn en in de servicewagens.

4. Vorderingen

Huurdebiteuren

  2024 2023
     
Huurdebiteuren 678.607 540.236
Voorziening oninbare debiteuren -249.159 -162.643
  429.448 377.593

De vordering op huurdebiteuren omvat naast de huren ook te vorderen servicekosten, herstelkosten en incassokosten. In de vordering op vertrokken huurders zijn tevens kosten van mutatieonderhoud voor rekening van de huurder begrepen.

Patrimonium Groningen heeft een vordering uitstaan van € 249 duizend welke reeds meer dan 12 maanden openstaat. De beoordeling van de inbaarheid van deze vordering vereist een inschatting van subjectieve elementen. Op basis van onze gesprekken, schriftelijke bevestigingen en analyse van financiële  rapportages, is deze post voorzien.

Voorziening dubieuze debiteuren

Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:

  2024 2023
     
Stand per 1 januari 162.643 95.468
Vrijval   0
Dotatie 86.516 67.175
Stand per 31 december 249.159 162.643

Vorderingen ter zake van belastingen en premies sociale verzekeringen

Het saldo te vorderen belastingen en premies sociale verzekeringen kan als volgt worden gespecificeerd:

  2024 2023
     
Vennootschapsbelasting 1.677.964 2.529.339
  1.677.964 2.529.339

Overige vorderingen

  2024 2023
     
Overige vorderingen 0 0
  0 0

Overlopende activa

  2024 2023
     
Overlopende activa 844.668 424.547
  844.668 424.547

De overlopende activa bestaan uit vooruitbetaalde kosten met betrekking tot volgende boekjaar.

De looptijd van de vorderingen is korter dan een jaar en betreft vooruitbetaalde licentiekosten, verzekeringspremies en overige leveranciers. 

5. Liquide middelen

  2024 2023
     
ING Bank N.V. 3.566.473 9.254.973
BNG Bank 38.371 0
Kruisposten 0 81
Kas 103 68
  3.604.947 9.255.122

De liquide middelen staan ter vrije beschikking van Patrimonium Groningen. Per balansdatum is binnen de kasgeldfaciliteit en binnen de rekening-courantfaciliteit € 0 opgenomen. De verschuldigde rente van deze faciliteiten is variabel (Euribor plus opslag). In 2024 is er een nieuwe bankrekening geopend bij de BNG om te voorzien in de IDEAL betalingen voor de huurders.

6. Eigen vermogen

Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is een bedrag van € 375,6 miljoen in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van de corporatie niet kan worden gerealiseerd. De mutatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Patrimonium Groningen. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden.

Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.

Het eigen vermogen bedraagt per balansdatum € 805,5 miljoen (2023: € 736,8 miljoen). Het eigen vermogen is als volgt samengesteld:

  2024 2023
     
Herwaarderingsreserve 712.078.091 623.071.295
Overige reserves 93.403.323 113.694.489
  805.481.414 736.765.784

Herwaarderingsreserve

Per 31 december 2024 is in totaal € 712 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen begrepen (2023: € 623 miljoen), zijnde het verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie en de kostprijs. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.

  DAEB vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie Totaal
       
Stand per 1 januari 2024 609.032.298 14.038.997 623.071.295
Aanpassing door waardeverandering vastgoed in exploitatie 77.645.900 12.312.202 89.958.102
Herclassificatie -358.351 358.351 0
Realisatie uit hoofde van verkoop -740.931 -210.375 -951.306
Stand per 31 december 2024 685.578.916 26.499.175 712.078.091

De herwaarderingsreserve DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie betreft het positief verschil tussen de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van de marktwaarde en de historische aanschafprijs. 

  2024 2023
     
Stand per 1 januari 113.694.489 159.492.086
Resultaatbestemming boekjaar 68.715.630 -33.877.194
Realisatie uit herwaarderingsreserve -88.946.014 -11.920.403
Stand per 31 december 93.464.105 113.694.489

Voorstel tot bestemming van het resultaat over het boekjaar 2024

Het bestuur stelt aan de Raad van Commissarissen voor het resultaat over het boekjaar 2024 ad € 68,7 miljoen positief als volgt te bestemmen:
− Het gerealiseerde resultaat over het boekjaar 2024 ad € 24,4 miljoen negatief aan de overige reserves te onttrekken.
− Het niet-gerealiseerde resultaat ad € 93,1 miljoen ten bate van de herwaarderingsreserve te brengen.
Dit voorstel is al verwerkt in het eigen vermogen.

7. Voorzieningen

Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

Het verloop van de post voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen is als volgt:

  Renovatie-projecten Nieuwbouw projecten Totaal
       
Stand per 1 januari 2024 27.517.515 1.573.480 29.090.995
Toevoeging ten laste van het resultaat 33.575.551 5.358.152 38.933.703
Vrijval ten gunste van het resultaat -3.269.674 0 -3.269.674
Onttrekkingen -27.704.599 -2.393.202 -30.097.801
Overboeking vastgoed i.e. 0 0 0
Stand per 31 december 2024 30.118.793 4.538.430 34.657.223
    0 0
Looptijd:      
Korter dan 1 jaar 30.118.793 556.480 30.675.273

Latente belastingverplichtingen

Het verloop van de latente belastingverplichtingen is als volgt:

  2024 2023
     
Stand per 1 januari 2.819.000 2.748.000
Dotaties ten laste van het resultaat -1.000 71.000
Stand per 31 december 2.818.000 2.819.000

De post latente belastingvorderingen is als volgt samengesteld:

  2024 2023
     
Onderhoudsvoorziening 2.818.000 2.819.000
  2.818.000 2.819.000

De post latente belastingverplichtingen heeft betrekking op de fiscale onderhoudsvoorziening van € 11.114.000. Verwacht wordt dat het volledige bedrag per balansdatum van € 2.818.000 (2023: € 2.819.000) binnen een jaar wordt gerealiseerd. De nominale waarde van de belastinglatentie bedraagt € 2.867.000 en is contant gemaakt tegen een disconteringsvoet van 1,75% (2023: 1,72%).

Overige voorzieningen

Het verloop van de post overige voorzieningen is als volgt:

Voorziening RVU

  2024 2023
     
Stand per 1 januari 100.538 115.458
Toevoeging ten laste van resultaat 314 48.134
Onttrekkingen -62.904 -63.054
Vrijval ten gunste van resultaat 0 0
Stand per 31 december 37.948 100.538
     
Looptijd:    
Korter dan 1 jaar 37.948 62.590
Tussen 1 en 5 jaar 0 37.948

Voorziening opleidingskosten

  2024 2023
     
Stand per 1 januari 174.474 173.382
Toevoeging ten laste van resultaat 15.589 7.688
Onttrekkingen -24.491 -6.596
Vrijval ten gunste van resultaat 0 0
Stand per 31 december 165.572 174.474
     
Looptijd:    
Korter dan 1 jaar 46.148 52.515
Tussen 1 en 5 jaar 119.424 121.959

Voorziening voor jubileumuitkeringen

  2024 2023
     
Stand per 1 januari 186.001 207.138
Toevoeging ten laste van resultaat 41.513 -10.988
Onttrekkingen -10.060 -10.149
Vrijval ten gunste van resultaat   0
Stand per 31 december 217.454 186.001
     
Looptijd:    
Korter dan 1 jaar 0 12.073
Tussen 1 en 5 jaar 43.462 33.915
Langer dan 5 jaar 173.992 140.013

8. Langlopende schulden

  2024 2023
     
Schulden aan overheid 3.085.961 3.493.485
Schulden aan kredietinstellingen 221.534.573 214.234.603
  224.620.534 217.728.088

Schulden aan overheid

Het verloop van de post schulden aan overheid van Patrimonium is als volgt:

  2024 2023
     
Stand per 1 januari 3.878.275 4.241.636
     
Mutaties in het boekjaar:    
Aflossingen -384.790 -363.361
Saldo -384.790 -363.361
     
Schulden aan overheid 3.493.485 3.878.275
Af: Aflossingsverplichting komend jaar -407.524 -384.790
Stand per 31 december (incl. aflossingsverplichting komend jaar) 3.085.961 3.493.485
     
Looptijd:    
Tussen 1 en 5 jaar 1.863.259 1.763.243
Langer dan 5 jaar 1.222.702 1.730.242

Schulden aan banken

Het verloop van de post schulden aan banken van Patrimonium is als volgt:

  2024 2023
     
Stand per 1 januari 217.169.922 215.484.627
     
Mutaties in het boekjaar:    
Nieuw opgenomen leningen 23.000.000 5.000.000
Aflossingen -10.935.319 -3.314.705
Overige mutaties 0 0
Saldo 12.064.681 1.685.295
     
Schulden aan kredietinstellingen 229.234.603 217.169.922
Af: Aflossingsverplichting komend jaar -7.700.030 -2.935.320
Stand per 31 december 221.534.573 214.234.602
     
Looptijd:    
Tussen 1 en 5 jaar 31.394.749 36.442.726
Langer dan 5 jaar 190.139.824 177.791.877

Langlopende schulden overheid en banken
De effectieve rentevoet van de schulden aan overheid en banken bedraagt gemiddeld 2,37% (2023: 2,3%).

Langlopende schulden met een resterende looptijd van minder dan één jaar, waaronder de aflossingsverplichtingen voor komend jaar, zijn verantwoord onder de kortlopende schulden. De leningenportefeuille is in hoofdzaak opgenomen in de vorm van diverse annuïteitenleningen. Voor een toelichting op de renterisico’s en reële waarde wordt verwezen naar de paragraaf financiële instrumenten.


In 2024 zijn er twee nieuwe leningen van in totaal € 30 miljoen aangetrokken. In 2024 is één fixe lening volledig opgenomen € 15 miljoen en één roll-over lening € 15 miljoen waarvan € 8 miljoen is opgenomen. 


De reële waarde van de schulden aan leningen overheid bedraagt per 31 december 2024 € 4,1 miljoen (2023: € 4,5 miljoen). De reële waarde van de schulden aan banken bedraagt per 31 december 2024 € 230,9 miljoen (2023: € 213,3 miljoen). 

De marktwaarde van de langlopende schulden is geschat aan de hand van de contante waarde van de toekomstige kasstromen tegen de geldende marktrente conform de rentecurve d.d. 31 december 2024 (2023: 31 december 2023). Variërend van 1 maandstarief (maandcurve) 2,845 % tot en met 30 jaar 2,16% (2023: 1,883% tot en met 3,983%) en de 6 maandscurve, 6 maandstarief 2,568% tot en met 50 jaar 1,85% (2023: 2,732% tot en met 4,143%). Bij de bepaling van de reële waarde is geen rekening gehouden met de WSW credit spread.

9. Kortlopende schulden

Aflossingsverplichting schulden aan overheid en kredietinstellingen

  2024 2023
     
Schulden aan overheid 407.524 384.790
Schulden aan kredietinstellingen 7.700.030 2.935.320
  8.107.554 3.320.110

Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen

De post schulden ter zake van belastingen en premies sociale verzekeringen kan als volgt worden gespecificeerd:

  2024 2023
     
Omzetbelasting 1.716.337 967.874
Loonheffing 202.211 124.775
Vennootschapsbelasting 0 0
Pensioenen 57.444 53.153
  1.975.992 1.145.802

Overige schulden

Het verloop van de overige schulden is als volgt:

  2024 2023
     
Netto Lonen 13.690 7.175
Lief en Leef personeel 10.204 20.785
Waarborgsommen 65.305 68.744
Vooruitontvangen subsidie 3.170.610 4.159.373
Overige schulden 554.611 1.468.947
Aardbevingsschade 346.270 0
  4.160.690 5.725.024

De vooruitontvangen subsidies per balansdatum bestaat uit:

- € 1,1 miljoen aardbevingscompensatie van het Rijk ter verduurzaming van betreffende woningen in het aardbevingsgebied. Een deel van het door Patrimonium ontvangen subsidiebedrag is in 2024  besteed. Resterende besteding zal naar verwachting binnen een periode van 12 maanden plaatsvinden.

- € 1,7 miljoen ontvangen gelden vanuit de Stimuleringsregeling aardgasvrije woningen. Deze gelden zullen binnen een periode van 24 maanden conform de richtlijnen van de subsidies worden besteed. Daarnaast hebben wij een nog een restant van € 42k van SNN voor zonnepanelen en zonneboilers.

- € 0,2 miljoen Verduurzamingssubsidies voor de plaatsing van groene daken, zonnepanelen en hemelwaterafvoeren. De subsidies dienen conform de subsidierichtlijnen veelal binnen 24 maanden te worden gerealiseerd. De uitvoer van de werkzaamheden zijn binnen deze gestelde periode gepland of zijn verlengd.

Overlopende passiva

De post overlopende passiva is als volgt samengesteld:

  2024 2023
     
Vakantiedagen 219.441 181.285
Accountants- en advieskosten 141.822 119.975
Transitorische rente 2.082.524 2.106.208
Vooruitontvangen huren 521.243 423.109
  2.965.029 2.830.577

De looptijd van alle kortlopende schulden is korter dan een jaar.

Financiële instrumenten

Algemeen

De in deze toelichting opgenomen gegevens verschaffen informatie die behulpzaam is bij het schatten van de omvang van risico's die verbonden zijn aan zowel de in de balans opgenomen als de niet in de balans opgenomen financiële instrumenten.

Doelstellingen en beleid inzake beheer financiële risico's

De primaire financiële instrumenten van Patrimonium Groningen dienen ter financiering van haar operationele activiteiten of vloeien direct uit deze activiteiten voort. Een belangrijke doelstelling van het financieringsbeleid van Patrimonium Groningen is het voorkomen dan wel spreiden van ongewenste financiële risico's zoals rente- en liquiditeitsrisico's.

Het beleid is erop gericht het jaarlijks renterisico te maximeren op 15% van de leningenportefeuille. In dit kader maakt Patrimonium Groningen geen gebruik van afgeleide financiële instrumenten zoals renteswaps ter afdekking van het renterisico dat ontstaat uit haar financieringsactiviteiten. Het beleid van Patrimonium Groningen is om niet te handelen in financiële instrumenten voor speculatieve doeleinden. Voor uitgebreidere informatie verwijzen we naar het hoofdstuk 'Onze Financiën' in het jaarverslag. De belangrijkste risico's uit hoofde van de financiële instrumenten van Patrimonium Groningen zijn het rente- en kasstroomrisico en overig prijsrisico, het kredietrisico en het liquiditeitsrisico. 

Het beleid van Patrimonium Groningen om deze risico's te beperken is als volgt. 

Kredietrisico

Dit betreft het risico dat financiële instellingen niet aan hun contractuele verplichtingen jegens Patrimonium Groningen kunnen voldoen. Verder wordt hieronder vermeld het risico van oninbaarheid bij huurdebiteuren. Patrimonium Groningen maakt gebruik van meerdere banken teneinde dit risico te beperken. Verder handelt de groep enkel met kredietwaardige partijen en heeft zij procedures opgesteld om de kredietwaardigheid vast te stellen (rating) en de omvang van het kredietrisico bij elke partij te beperken. 

Liquiditeitsrisico

Periodiek worden liquiditeitsbegrotingen opgesteld. Door tussentijdse monitoring en eventuele bijsturing worden liquiditeitsrisico's beheerst. In de liquiditeitsbegrotingen wordt er rekening gehouden met beperkte beschikbaarheid van liquide middelen waaronder bankgaranties.

Valutarisico

Patrimonium Groningen loopt geen valutarisico. Zij is alleen werkzaam in Nederland waardoor alle inkomende en uitgaande kasstromen in euro's zijn. 

Renterisico (prijs- en kasstroomrisico's)

Patrimonium Groningen loopt renteprijs- en rentekasstroomrisico's over de rentedragende vorderingen (met name begrepen onder financiële vaste activa), effecten en liquide middelen en rentedragende langlopende en kortlopende schulden (waaronder schulden aan banken). 

Renteprijsrisico’s schulden aan overheid en banken

De effectieve rentevoet van de schulden aan overheid en banken bedraagt gemiddeld 2,37% (2023: 2,3%)

Rentekasstroomrisico's leningen overheid en banken

Hieronder is de leningportefeuille uitgesplitst naar rentepercentage, renteherzieningsperiode en naar resterende looptijd:

Leningen vaste rentevoet 2024 (onderhevig aan renteprijsrisico)

Saldo einde periode

  <1% 1-2% 2-4% 4-5% 5-6% >6% Totaal
< 1 jaar  12.500.000   -   189.635   125.316   680.698   4.830   13.500.478 
1-4 jaar  5.000.000   -   9.000.000   1.267.605   701.272   28.247   15.997.124 
5-9 jaar  9.000.000   473.040   1.098   3.451.858   5.770.561   248.452   18.945.008 
10-14 jaar  7.500.000   228.277   15.000.000   3.499.923   -   -   26.228.200 
15-19 jaar  -   14.500.000   2.483.331   4.058.583   1.317.973   -   22.359.887 
> 20 jaar  23.900.000   60.485.870   -   43.311.521   -   -   127.697.391 
Totaal  57.900.000   75.687.187   26.674.063   55.714.805   8.470.504   281.528   224.728.088 

Leningen vaste rentevoet 2023 (onderhevig aan renteprijsrisico)

Saldo einde periode

  <1% 1-2% 2-4% 4-5% 5-6% >6% Totaal
< 1 jaar  -   -   -   -   -   354.841   354.841 
1-4 jaar  17.500.000   -   9.279.428   245.396   1.905.303   42.060   28.972.187 
5-9 jaar  9.000.000   496.400   1.259   2.455.155   3.025.024   3.426.553   18.404.391 
10-14 jaar  7.500.000   247.090   -   6.553.555   -   161.313   14.461.958 
15-19 jaar  -   10.000.000   2.595.975   4.221.401   1.357.969   -   18.175.345 
> 20 jaar  23.900.000   64.985.870   -   43.793.604   -   -   132.679.474 
Totaal  57.900.000   75.729.360   11.876.662   57.269.111   6.288.296   3.984.767   213.048.196 

Leningen variabele rentevoet 2024 (onderhevig aan renteprijsrisico)

Saldo einde periode

  <1% 1-2% 2-4% 4-5% 5-6% >6% Totaal
< 1 jaar  -   -   -   -   -   -   - 
1-4 jaar  -   -   -   -   -   -   - 
5-9 jaar  -   -   8.000.000   -   -   -   8.000.000 
10-14 jaar  -   -   -   -   -   -   - 
15-19 jaar  -   -   -   -   -   -   - 
> 20 jaar  -   -   -   -   -   -   - 
Totaal  -   -   8.000.000   -   -   -   8.000.000 

Leningen variabele rentevoet 2023 (onderhevig aan renteprijsrisico)

Saldo einde periode

  <1% 1-2% 2-4% 4-5% 5-6% >6% Totaal
< 1 jaar  -   -   -   -   -   -   - 
1-4 jaar  -   -   -   -   -   -   - 
5-9 jaar  -   -   -   -   -   -   - 
10-14 jaar  -   -   4.000.000   -   -   -   4.000.000 
15-19 jaar  -   -   -   -   -   -   - 
> 20 jaar  -   -   -   4.000.000   -   -   4.000.000 
Totaal  -   -   4.000.000   4.000.000   -   -   8.000.000 

De effectieve rentevoet van de financiële instrumenten, gegroepeerd onder vaste rentevoet, is vast gedurende de gehele looptijd van het instrument. De effectieve rentevoet van de financiële instrumenten gegroepeerd onder variabele rentevoet wordt herzien binnen een jaar, het betreft hier een roll-over lening. De andere financiële instrumenten van Patrimonium Groningen zijn niet in de bovenstaande tabel opgenomen, omdat ze niet rentedragend zijn en daardoor niet aan renterisico onderhevig zijn.

Overige kasstroomrisico’s leningen overheid en kredietinstellingen

De looptijd van de leningenportefeuille overheid en banken bedraagt gemiddeld respectievelijk 6 jaar (2023: 7 jaar) en 18,6 jaar (2023: 18,6 jaar). Hierna worden de renterisico's van de leningenportefeuille per lening soort toegelicht:
− De rente van de vastrentende leningen is voor de gehele looptijd gefixeerd dan wel tot het renteherzienings-moment. Het risico van deze leningen betreft:
   o op het moment van renteherziening indien de rente hoger dan wel lager is dan de oude contractrente;
   o de herfinanciering van de tussentijdse en eindaflossingen van de lening in een nieuwe lening met een hogere dan wel lagere rente.
− De rente van de variabel rentende leningen (roll-over leningen) zijn allen gebaseerd op 1-weeks Euribor. De rente van de roll-over leningen is opgebouwd uit het Euribor percentage en een liquiditeitsopslag van 0,21%

Reële waarde

Financiële vaste activa

De reële waarde van de vorderingen onder de financiële vaste activa is geschat aan de hand van de contante waarde van de toekomstige kasstromen tegen de geldende marktrente van 2,37% (2023: 2,3%) rekening houdend met voorziening voor oninbaarheid.

Liquide middelen, vorderingen en kortlopende schulden

Gezien de korte looptijd van deze instrumenten benadert de boekwaarde de reële waarde.

Hedges

Algemene hedgestrategie

Patrimonium Groningen maakt geen gebruik van rentederivaten (renteswaps of rentecaps). Om die reden zijn hedge-instrumenten (renteswap- en rentecapcontracten) niet van toepassing.

Niet in de balans opgenomen regelingen en verplichtingen

Voorwaardelijke verplichtingen

WSW obligoverplichting

De woningcorporatie heeft op grond van artikel 10, lid 2 onder c van het Reglement van Deelneming van WSW een obligolening aangetrokken. De obligolening ultimo 2024 heeft een de hoofdsom van € 5,917 miljoen hetgeen overeenkomt met 2,6% van het geborgd schuldrestant ultimo 2024. Over het niet opgenomen deel van de obligolening is de woningcorporatie jaarlijks een bereidstellingsprovisie verschuldigd aan de bank van 20 basispunten. De obligolening is een geborgde faciliteit waarop het WSW in bijzondere omstandigheden aanspraak kan maken. In de toekomst kan de situatie ontstaan dat het WSW aanvullend obligo ophaalt boven de jaarlijkse obligoheffing. Indien de woningcorporatie niet de mogelijkheid heeft om het aanvullend obligo te voldoen uit eigen middelen, kan het WSW een trekking doen op de obligolening. Een dergelijk verzoek van het WSW is pas aan de orde als het jaarlijks obligo niet toereikend is. Op basis van de prognoses van WSW is dit op basis van de huidige verplichtingen niet aan de orde. In het geval van een eventuele obligostorting, zal deze rechtstreeks ten gunste van WSW worden uitbetaald. De opgenomen obligolening moet nadien worden afgelost door de woningcorporatie.

Zekerheden bij faciliteit niet-Daeb

Er is een faciliteit verstrekt door de ING Bank t.b.v. een niet-Daeb activiteit ad € 473.040. Ten behoeve van deze lening is hypotheekrecht verstrekt op diverse adressen.

Onderhouds- en investeringsverplichtingen

Patrimonium Groningen is per 31 december 2024 onderhoud- en investeringsverplichtingen aangegaan voor een bedrag van respectievelijk €1,8 miljoen (2023: € 903 duizend) en € 17,7 miljoen (2023: € 7,9 miljoen). Deze werkzaamheden worden in 2025 en volgende jaren uitgevoerd.

Operationele lease en overige financiele verplichtingen

Looptijd 2024 2023
     
Kleiner dan 1 jaar 654.563 76.651
Tussen 1 en 5 jaar 677.193 712.653
Langer dan 5 jaar 0 190.642
  1.331.756 979.946

In 2024 is een totaalbedrag van € 158 duizend aan leasebetalingen in de winst- en verliesrekening verwerkt. 

Prestatieafspraken

Patrimonium Groningen heeft met de gemeente Groningen en de Huurdersorganisatie van Patrimonium Groningen meerjarige afspraken gemaakt over de ontwikkeling van woningen en energiebesparende maatregelen gedurende 2021–2025. Dit zijn geen juridische afdwingbare verplichtingen.

Niet in de balans opgenomen regelingen

Er is per balans datum geen sprake van niet in de balans opgenomen regelingen.

Gebeurtenissen na balansdatum

Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum die van invloed zijn op de jaarrekening.

Toelichting op de winst- en verliesrekening over 2024

10. Huuropbrengsten

  2024 2023
     
Woningen en woongebouwen DAEB 42.883.952 41.719.586
Woningen en woongebouwen niet-DAEB 677.911 642.305
Onroerende zaken niet zijnde woningen DAEB 858.494 801.571
Onroerende zaken niet zijnde woningen niet-DAEB 2.056.751 2.001.808
  46.477.108 45.165.270
Huurderving wegens leegstand -595.303 -616.300
Huurderving wegens oninbaarheid -86.341 -67.175
  45.795.465 44.481.797

De gemiddelde huurverhoging per 1 juli 2024 bedroeg 4,8% (1 juli 2023: 2,52%). Daarnaast is er in 2023 op basis van een wetsvoorstel een huurverlaging toegepast, dit betreft 1.898 huishoudens waar een huurverlaging van 7,35% is toegepast

De huuropbrengsten in 2024 bedragen € 45,8 miljoen en zijn daarmee dan € 1,3 miljoen hoger dan de huurinkomsten in 2023 (2023: € 44,5 miljoen).

11. Opbrengsten servicecontracten

  2024 2023
     
Vergoedingen van huurders voor leveringen en diensten 3.161.642 3.042.631
Derving wegens oninbaarheid -55.859 -41.355
  3.105.784 3.001.276

12. Lasten servicecontracten

  2024 2023
     
Servicecontracten 3.034.954 3.381.520
Toegerekende organisatiekosten 0 0
  3.034.954 3.381.520

De bedragen die in rekening worden gebracht voor levering en diensten, en overige onroerende en roerende zaken zijn gebaseerd op de geraamde c.q. werkelijke kosten. Zij worden jaarlijks, indien noodzakelijk, aangepast. In 2023 zijn de verrekenbare servicekosten in de winst en verliesrekening verantwoord. In 2024 lopen de voorschotten voor de verrekenbare servicekosten  via de balans. Daarom zijn zowel de opbrengsten en kosten voor servicecontracten lager dan in 2023.  

13. Lasten verhuur- en beheeractiviteiten

  2024 2023
     
Overige opbrengsten -183.485 -56.198
Toegerekende organisatiekosten 2.433.014 2.197.132
  2.249.529 2.140.934

Lonen en salarissen

  2024 2023
     
Salarissen 3.961.886 3.622.415
Sociale lasten 653.369 593.898
Pensioenlasten 436.811 461.761
Overige personeelskosten 1.371.726 1.135.909
  6.423.792 5.813.983

Personeelsleden

Gedurende het jaar 2024 had de corporatie gemiddeld 62 medewerkers in dienst (2023: 59). Dit aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten. Geen van de werknemers is buiten Nederland werkzaam (2023: -).

  2024 2023
  fte fte
     
Directie/secretariaat 4,67 4,6
Financiële administratie en bedrijfsvoering 14,68 9,8
Verhuur en bewonerszaken 12,96 11,8
Vastgoed 30,15 32,5
  62,46 58,7

Pensioenlasten

De gehanteerde pensioenregeling van Patrimonium Groningen is ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn:

  • Er is sprake van een middelloonregeling. 
  • Er is sprake van een ouderdoms- en nabestaandenpensioen. 
  • De pensioen(richt)leeftijd is 68 jaar. 
  • De regeling kent een partner- en wezenpensioen, waarbij het partner- en wezenpensioen is verzekerd door middel van een opbouwregeling (uitkeringsovereenkomst). Voor het ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen stelt het bestuur van het pensioenfonds jaarlijks een premie vast. Deze is momenteel vastgesteld op 27% van de pensioengrondslag gecorrigeerd met de deeltijdfactor. 
  • Als de middelen van het pensioenfonds het toelaten, zal het bestuur van het pensioenfonds de ingegane pensioenen en de premievrije aanspraken van gewezen deelnemers aanpassen overeenkomstig de afgeleide consumentenprijsindex voor alle huishoudens. Voor actieve deelnemers geldt dat het bestuur streeft naar verhoging met de loonontwikkeling van de branche Woningcorporaties. De toeslagverlening is voorwaardelijk. Er is geen recht op toeslagverlening en het is voor de langere termijn niet zeker of en in hoeverre toeslagverlening zal plaatsvinden. Het bestuur van het pensioenfonds beslist evenwel in hoeverre pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken worden aangepast.

De belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst zijn:

  1. Deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is verplicht gesteld voor de werknemers en bestuurders van de toegelaten instelling [en haar groepsmaatschappijen]. 
  2. De toegelaten instelling [en haar groepsmaatschappijen] is uitsluitend verplicht tot betaling van de vastgestelde premies. In geen geval bestaat een verplichting tot bijstorting. 
  3. Er is geen sprake van recht op teruggave/premiekorting.

De (maand)dekkingsgraad van SPW bedraagt ultimo 2024 129,0% (ultimo 2023: 128,7%). De beleidsdekkingsgraad bedraagt ultimo 2024 130,3% (ultimo 2023 131,5%). Met deze beleidsdekkingsgraad voldoet het pensioenfonds aan de minimaal vereiste 104,2% die is voorgeschreven door De Nederlandse Bank (DNB). Er is daarom geen sprake van een dekkingstekort. De dekkingsgraad is ook hoger dan de vereiste dekkingsgraad van 126,4%. Er is daarom ook geen sprake van een reservetekort.

Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa

  2024 2023
     
Afschrijvingen op materiële vaste activa 208.227 218.125
  208.227 218.125

Toerekening organisatiekosten

  2024 2023
     
Lonen en salarissen 5.052.066 4.678.074
Overige personeelskosten 1.371.726 1.135.909
Afschrijvingen op materiële vaste activa 208.227 218.125
Overige bedrijfskosten 1.578.644 1.563.098
  8.210.663 7.595.206
  2024 2023
     
Organisatiekosten toegerekend aan:    
Lasten verhuur en beheeractiviteiten 2.433.014 2.197.132
Onderhoudsactiviteiten 4.355.156 3.936.998
Overige directe operationele lasten bezit 0 0
Lasten behorende tot nettoresultaat verkoop vastgoedportefeuille 115.104 87.230
Overige organisatiekosten 1.028.565 1.079.780
Leefbaarheid 278.824 294.066
Totaal toegerekende organisatiekosten 8.210.663 7.595.206

De organisatiekosten zijn toegerekend op basis van een kostenverdeelstaat, op basis van het aantal fte en de loonsom. Op basis hiervan is onderstaande verdeelstaat toegepast op de toe te rekenen organisatiekosten:

  2024 2023
  FTE Loonsom FTE Loonsom
         
Lasten verhuur en beheeractiviteiten 32,56% 26,00% 28,61% 28,54%
Lasten onderhoudsactiviteiten 39,66% 55,00% 54,44% 50,99%
Overige directe lasten exploitatie bezit 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
Lasten behorende tot nettoresultaat verkoop vastgoedportefeuille 1,60% 1,50% 1,09% 1,23%
Overige organisatiekosten 17,90% 14,00% 11,90% 15,44%
Leefbaarheid 8,27% 3,50% 3,96% 3,80%
Totaal toegerekende organisatiekosten 100,00% 100,00% 100,00% 100,00%

14. Lasten onderhoudsactiviteiten

  2024 2023
     
Planmatig onderhoud 3.617.593 3.933.821
Contractonderhoud 3.794.690 2.965.745
Reparatie- en klachtenonderhoud 7.085.182 6.434.754
Toegerekende organisatiekosten 4.355.156 3.936.998
  18.852.620 17.271.318

15. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

  2024 2023
     
Belastingen exploitatie 4.228.964 4.197.953
Verzekeringen 210.713 210.713
Verhuurderheffing 0 15.000
Overige directe kosten 386.587 344.044
  4.826.265 4.767.710

16. Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

  2024 2023
     
Verkoopopbrengst 1.666.068 4.312.476
Verkoopkosten -98.025 -98.869
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 1.568.043 4.213.607
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -1.186.473 -3.246.091
Netto verkoopopbrengst 381.571 967.516
Toegerekende organisatiekosten -115.104 -87.230
  266.467 880.286

De verkoopopbrengst betreft 7 verkochte woningen (2023: 20). De gerealiseerde herwaardering uit hoofde van verkopen bedraagt in 2024 € 0,9 miljoen (2022: € 2,4 miljoen).

17. Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

  2024 2023
     
Waardeverandering onrendabele investeringen in vastgoed in ontwikkeling -8.052.565 -2.694.413
Waardeverandering onrendabele investeringen in vastgoed in exploitatie -27.611.463 -26.989.325
  -35.664.028 -29.683.738

18. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

  2024 2023
     
Waardeveranderingen DAEB vastgoed in exploitatie -90.100.627 -15.022.911
Waardeveranderingen Niet-DAEB vastgoed in exploitatie -3.037.583 -143.580
  -93.138.210 -15.166.491

19. Overige organisatiekosten

  2024 2023
     
Kosten uit hoofde van governance 334.187 305.345
Advieskosten 0 0
Overige organisatiekosten 153.939 146.472
Toegerekende organisatiekosten 1.028.568 1.079.780
  1.516.693 1.531.597

Accountantskosten

  2024 2023
     
Controle van de jaarrekening 182.952 179.297
Andere controlewerkzaamheden 11.253 10.648
  194.205 189.945

Bovenstaande honoraria voor onderzoek van de jaarrekening is gebaseerd op de totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 2024 uitgevoerd door Deloitte, ongeacht of de werkzaamheden reeds gedurende 2024 zijn verricht. Naast de controle van de jaarrekening is door de accountant de controle van de dVi 2024 uitgevoerd.

20. Kosten omtrent leefbaarheid

  2024 2023
     
Kosten leefbaarheid 453.822 241.961
Toegerekende organisatiekosten 278.824 294.066
  732.646 536.027

Totaal van financiële baten en lasten

21. Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten

  2024 2023
     
Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten 1.894 1.178
  1.894 1.178

22. Rentelasten en soortgelijke kosten

  2024 2023
     
Rente op leningen overheid en banken 5.215.325 5.249.307
Borgstellingsvergoeding 39.202 49.145
Overige rentelasten en soortgelijke kosten 3.931 27.248
  5.258.458 5.325.701

23. Belastingen

Aansluiting commercieel en fiscaal resultaat:

  2024 2023
     
Commercieel resultaat voor belastingen 64.618.440 -31.440.500
     
Bij:    
Correctie boekwinst verkopen 395.888 1.256.717
Correctie opwaardering onroerende zaken in exploitatie   0
Vrijval (dis)agio leningen -31.265 7.629
Beperkt aftrekbare kosten 13.121 14.592
Generieke renteaftrekbeperking 3.924.394 2.818.675
     
Af:    
Correctie afschrijvingen -554.670 -533.398
Correctie waardeveranderingen -51.919.991 44.850.229
Correctie onderhoudslasten -10.921.208 -5.544.105
Correctie dotatie voorzieningen -40.040 -36.057
Correctie overige bedrijfslasten   -415
Dotatie herinvesteringsreserve -788.390 -2.180.458
Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek -5.440 -15.191
     
Belastbaar bedrag voor verliesverrekening 4.690.839 9.197.720
Af: Te verrekenen verliezen 0 0
Belastbaar bedrag na verliesverrekening 4.690.839 9.197.720
     
Acute belastinglast -1.277.636 -2.370.669
  2024 2023
     
Vennootschapsbelasting 2024 1.197.000 0
Vennootschapsbelasting 2023 61.000 2.370.669
Vennootschapsbelasting 2022 20.000 -76.873
Vennootschapsbelasting 2021 0 -175.099
Vennootschapsbelasting 2020 0 0
Vennootschapsbelasting 2019 0 0
Vennootschapsbelasting 2018 0 0
Mutatie latente belastingvorderingen 180.000 247.000
Mutatie latente belastingverplichtingen -1.000 71.000
  1.457.000 2.436.697

Het toepasselijk belastingtarief bedraagt 25,8% (2023: 25,8%). Het effectieve belastingtarief bedraagt 1,85% (2023: 18,06%). De lagere effectieve belastingdruk wordt met name veroorzaakt door de correctie waardeveranderingen en fiscaal hogere onderhoudslast ten opzichte van de jaarrekening. 

Transacties met verbonden partijen

Dit is niet van toepassing.

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Samenstelling geldmiddelen

Liquide middelen per 31 december 2023 9.255.157  
Zeer liquide effecten per 31 december 2023 0  
Geldmiddelen per 31 december 2023 volgens het kasstroomoverzicht   9.255.157
     
Balansmutatie geldmiddelen in 2024   -5.650.210
     
Liquide middelen per 31 december 2024 3.604.947  
Zeer liquide effecten per 31 december 2024 0  
Geldmiddelen per 31 december 2024 volgens het kasstroomoverzicht   3.604.947

Van de per 31 december 2024 aanwezige geldmiddelen is een bedrag van € 3.604.844 (31 december 2023: € 9.254.973) vrij beschikbaar.

Toelichting op kasstromen

De geldmiddelen staan vrij ter beschikking van Patrimonium Groningen. De overige ontvangsten FVA betreft de ontvangen subsidie van het Rijk inzake aardbevingscompensatie.

Overige toelichtingen

Verantwoording Wet Normering Topinkomens

De WNT is van toepassing op Patrimonium Groningen. Het voor Patrimonium Groningen toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2024 € 195.000 (2023: € 187.000). Dit betreft het bezoldigingsmaximum volgens klasse F.

Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling

Bedragen x € 1 S.J. Krajenbrink
Functiegegevens Bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/01 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1
Dienstbetrekking? Ja
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 152.874
Beloningen betaalbaar op termijn 22.626
Subtotaal 175.500
   
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 195.000
   
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t.
   
Bezoldiging 175.500
   
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t.
   
Gegevens 2023  
Functiegegevens Bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01/01 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1
Dienstbetrekking? Ja
   
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 159.336
Beloningen betaalbaar op termijn 21.106
Subtotaal 180.441
   
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 187.000
   
Bezoldiging 180.441

Toezichthoudende topfunctionarissen

Bedragen x € 1 Dhr P.J.J.M. Roelofs Dhr J.J. Blüm Mw. S. Kromdijk Dhr P. Veenstra Mw. R.C.E.J. van den Hoogen - Lensen Mw. W.S. Beernink
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2024 [01-01] t/m [31-12] [01-01] t/m [31-12] [01-01] t/m [31-12] [01-01] t/m [31-12] [01-01] t/m [30-6] [01-07] t/m [31-12]
             
Bezoldiging            
Beloning 21.060 14.040 14.040 14.040 7.020 7.020
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 29.250 19.500 19.500 19.500 9.750 9.750
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
             
Bezoldiging 21.060 14.040 14.040 14.040 7.020 7.020
             
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Bedragen x € 1 Mw J.G. Waanders - Kolhoop Mw J.G. Waanders - Kolhoop Dhr P.J.J.M. Roelofs Dhr P.J.J.M. Roelofs Mw. R.C.E.J. van den Hoogen - Lensen Dhr P. Veenstra Dhr J.J. Blüm Mw. S. Kromdijk
Functiegegevens Lid Voorzitter Lid Voorzitter Lid Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2023 [01-01] t/m [10-1] [11-01] t/m [30-6] [01-01] t/m [30-6] [01-07] t/m [31-12] [01-01] t/m [31-12] [01-07] t/m [31-12] [01-07] t/m [31-12] [01-01] t/m [31-12]
                 
Bezoldiging                
Beloning 383 9.537 6.732 10.098 13.464 6.732 6.732 13.464
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 514 13.254 9.350 14.025 18.700 9.350 9.350 18.700
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
                 
Bezoldiging 383 9.537 6.732 10.098 13.464 6.732 6.732 13.464
                 
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Gescheiden verantwoording DAEB / NIET-DAEB

Balans DAEB per 31 december 2024

Activa 31 december 2024 31 december 2023
         
Vaste activa        
         
Vastgoedbeleggingen        
DAEB-vastgoed in exploitatie 1.035.567.707   949.293.627  
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 2.803.621   0  
    1.038.371.328   949.293.627
Materiële vaste activa        
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 933.372   1.122.169  
    933.372   1.122.169
Financiële vaste activa        
Netto vermogenswaarde niet-DAEB 33.453.044   28.917.156  
Interne lening 10.461.000   11.154.000  
Latente belastingvorderingen 716.528   896.528  
Overige effecten 1.219   1.219  
    44.631.791   40.968.903
         
Vlottende activa        
         
Voorraden        
Overige voorraden 219.125   210.194  
    219.125   210.194
Vorderingen        
Huurdebiteuren 404.614   356.074  
Vorderingen op groepsmaatschappijen 0   -40.588  
Belastingen en premies sociale verzekeringen 1.605.811   2.420.577  
Overige vorderingen     0  
Overlopende activa 817.637   410.962  
    2.828.062   3.147.025
Liquide middelen   -472.516   6.934.517
         
Totaal van activa   1.086.511.162   1.001.676.435
Passiva 31 december 2024 31 december 2023
         
Eigen vermogen        
Herwaarderingsreserve 712.078.091   594.651.718  
Overige reserves 93.403.323   142.086.297  
Totaal van eigen vermogen   805.481.414   736.738.015
         
Voorzieningen        
Voorziening onrendabele investeringen 34.542.223   29.090.994  
Latente belastingverplichtingen 2.696.826   2.697.783  
Overige voorzieningen 407.503   446.261  
Totaal van voorzieningen   37.646.552   32.235.038
         
Langlopende schulden        
Schulden aan overheid 3.085.961   3.493.485  
Schulden aan banken 221.084.893   213.738.202  
Totaal van langlopende schulden   224.170.854   217.231.687
         
Kortlopende schulden        
Schulden aan overheid 407.524   384.790  
Schulden aan banken 7.676.670   2.911.960  
Schulden aan leveranciers en handelskredieten 3.312.550   2.711.519  
Schulden ter zake van belastingen en premies sociale verzekeringen 1.856.751   1.057.435  
Schulden ter zake van pensioenen 55.549   51.399  
Overige schulden 3.670.277   5.558.605  
Overlopende passiva 2.233.023   2.795.987  
Totaal van kortlopende schulden   19.212.343   15.471.695
         
Totaal van passiva   1.086.511.162   1.001.676.435

Balans niet-DAEB per 31 december 2024

Activa 31 december 2024 31 december 2023
         
Vaste activa        
         
Vastgoedbeleggingen        
Niet-DAEB-vastgoed in exploitatie 41.827.078   38.573.542  
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 0   0  
    41.827.078   38.573.542
Vlottende activa        
         
Voorraden        
Overige voorraden 3.790   3.635  
    3.790   3.635
Vorderingen        
Huurdebiteuren 24.835   21.519  
Belastingen en premies sociale verzekeringen 72.152   108.762  
Overige vorderingen 0   0  
Overlopende activa 27.029   13.585  
    124.016   143.866
Liquide middelen   4.077.463   2.320.640
         
Totaal van activa   46.032.348   41.041.683
Passiva 31 december 2024 31 december 2023
         
Eigen vermogen        
Herwaarderingsreserve 26.499.175   14.038.997  
Overige reserves 6.953.869   14.878.159  
Totaal van eigen vermogen   33.453.044   28.917.156
         
Voorzieningen        
Voorziening onrendabele investeringen 115.000   0  
Latente belastingverplichtingen 121.174   121.217  
Overige voorzieningen 13.471   14.752  
Totaal van voorzieningen   249.645   135.969
         
Langlopende schulden        
Schulden aan banken 449.680   496.400  
Interne lening 10.461.000   11.154.000  
Totaal van langlopende schulden   10.910.680   11.650.400
         
Kortlopende schulden        
Schulden aan banken 23.360   23.360  
Schulden aan leveranciers en handelskredieten 109.506   89.637  
Schulden aan groepsmaatschappijen 0   -40.588  
Schulden ter zake van belastingen en premies sociale verzekeringen 61.798   35.214  
Schulden ter zake van pensioenen 1.896   1.754  
Overige schulden 1.179.675   194.189  
Overlopende passiva 42.744   34.591  
Totaal van kortlopende schulden   1.418.979   338.157
         
Totaal van passiva   46.032.348   41.041.683

Winst- en verliesrekening DAEB over 2024

  2024 2023
         
Huuropbrengsten 43.147.144   41.946.731  
Opbrengsten servicecontracten 2.963.705   2.865.931  
Lasten servicecontracten -2.900.122   -3.241.357  
Lasten verhuur- en beheeractiviteiten -2.175.887   -2.071.878  
Lasten onderhoudsactiviteiten -18.464.789   -16.918.651  
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -4.669.597   -4.615.624  
Totaal van nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille   17.900.455   17.965.152
         
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 1.396.691   3.885.573  
Toegerekende organisatiekosten -111.368   -84.439  
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -930.878   -2.837.598  
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille   354.445   963.536
         
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -35.549.028   -29.683.738  
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 90.100.627   -15.022.911  
Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille   54.551.599   -44.706.649
         
Overige organisatiekosten   -1.466.959   -1.481.933
Kosten omtrent leefbaarheid   -703.627   -515.971
         
Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten 205.937   217.931  
Rentelasten en soortgelijke kosten -5.252.404   -5.319.338  
Totaal van financiële baten en lasten   -5.046.467   -5.101.407
         
Totaal van resultaat vóór belastingen   65.589.446   -32.877.272
         
Belastingen   -1.409.704   -2.358.722
Resultaat uit deelnemingen   4.535.888   1.358.798
Totaal van resultaat na belastingen   68.715.630   -33.877.196

Winst- en verliesrekening niet-DAEB over 2024

  2024 2023
         
Huuropbrengsten 2.648.322   2.535.066  
Opbrengsten servicecontracten 142.078   135.346  
Lasten servicecontracten -134.832   -140.163  
Lasten verhuur- en beheeractiviteiten -73.641   -69.055  
Lasten onderhoudsactiviteiten -387.832   -352.667  
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -156.668   -152.087  
Totaal van nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille   2.037.426   1.956.440
         
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 171.353   328.034  
Toegerekende organisatiekosten -3.736   -2.791  
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -255.594   -408.493  
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille   -87.978   -83.250
         
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -115.000   0  
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 3.037.583   -143.580  
Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille   2.922.583   -143.580
         
Overige organisatiekosten   -49.732   -49.665
Kosten omtrent leefbaarheid   -29.019   -20.056
         
Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten 76   47  
Rentelasten en soortgelijke kosten -210.172   -223.163  
Totaal van financiële baten en lasten   -210.096   -223.116
         
Totaal van resultaat vóór belastingen   4.583.184   1.436.774
         
Belastingen   -47.296   -77.974
Totaal van resultaat na belastingen   4.535.888   1.358.798

Kasstroomoverzicht DAEB over 2024

  2024 2023
         
Operationele activiteiten        
Ontvangsten        
Huurontvangsten 42.843.163   41.668.080  
Vergoedingen 2.721.044   2.831.078  
Overige bedrijfsontvangsten 172.750   1.712.482  
Ontvangen interest 204.118   219.872  
Saldo ingaande kasstromen   45.941.076   46.431.512
         
Uitgaven        
Betalingen aan werknemers 4.883.069   4.621.371  
Onderhoudsuitgaven 13.902.716   15.403.998  
Overige bedrijfsuitgaven 11.314.015   11.231.203  
Betaalde interest 5.302.503   5.280.476  
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat 65.284   377.548  
Verhuurderheffing 0   15.000  
Leefbaarheid externe uitgaven niet investerings-gebonden 389.496   237.036  
Vennootschapsbelasting 405.282   1.263.767  
Saldo uitgaande kasstromen   36.262.366   38.430.399
         
Totaal van kasstroom uit operationele activiteiten   9.678.710   8.001.111
         
(Des)investeringsactiviteiten        
         
MVA ingaande kasstroom        
Verkoopontvangsten bestaande huur, woon en niet woongelegenheden DAEB 1.356.907   3.875.196  
Tussentelling ingaande kasstroom MVA   1.356.907   3.875.196
         
MVA uitgaande kasstroom        
Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden DAEB 4.414.763   752.137  
Aankopen     690.364  
Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden DAEB 26.209.768   15.098.522  
Investeringen overig -64.686   124.825  
Tussentelling uitgaande kasstroom MVA   30.559.845   16.665.848
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA   -29.202.938   -12.790.652
         
FVA        
Ontvangsten overig 0   0  
Uitgaven overig 0   21.657  
Saldo in- en uitgaande kasstromen financiële vaste activa   0   21.657
         
Totaal van kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten   -29.202.938   -12.768.996
         
Financieringsactiviteiten        
         
Ingaand        
Nieuwe te borgen leningen 23.000.000   5.000.000  
Aflossing interne lening DAEB 693.000   693.000  
         
Uitgaand        
Aflossing geborgde leningen 11.296.750   3.616.706  
Totaal van kasstroom uit financieringsactiviteiten   12.396.250   2.076.293
         
Mutatie van geldmiddelen   -7.127.978   2.076.293
Wijziging kortgeld   0   0
         
Geldmiddelen per 1 januari   6.499.333   9.624.436
         
Geldmiddelen per 31 december   -628.645   6.934.333

Kasstroomoverzicht niet-DAEB over 2024

  2024 2023
         
Operationele activiteiten        
Ontvangsten        
Huurontvangsten 2.629.664   2.518.225  
Vergoedingen 453.140   133.700  
Overige bedrijfsontvangsten 5.159   51.273  
Saldo ingaande kasstromen   3.087.963   2.703.198
         
Uitgaven        
Betalingen aan werknemers 171.868   162.657  
Onderhoudsuitgaven 240.434   708.971  
Overige bedrijfsuitgaven 434.703   365.913  
Betaalde interest 209.652   224.880  
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat 2.298   13.288  
Leefbaarheid externe uitgaven niet investerings-gebonden 17.927   10.910  
Vennootschapsbelasting 18.210   56.784  
Saldo uitgaande kasstromen   1.095.090   1.543.403
         
Totaal van kasstroom uit operationele activiteiten   1.992.872   1.159.795
         
(Des)investeringsactiviteiten        
         
MVA ingaande kasstroom        
Verkoopontvangsten bestaande huur, woon en niet woongelegenheden niet-DAEB 211.860   1.019.392  
Tussentelling ingaande kasstroom MVA   211.860   1.019.392
         
MVA uitgaande kasstroom        
Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden niet-DAEB 0   0  
Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden niet-DAEB 10.604   9.766  
Tussentelling uitgaande kasstroom MVA   10.604   9.766
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA   201.256   1.009.626
         
FVA        
Ontvangsten overig 0   936  
Uitgaven overig 0   289  
Saldo in- en uitgaande kasstromen financiële vaste activa   0   647
         
Totaal van kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten   0   1.010.273
         
Financieringsactiviteiten        
         
Ingaand        
Nieuwe ongeborgde leningen 0   0  
         
Uitgaand        
Aflossing ongeborgde leningen 23.360   23.360  
Aflossing interne lening DAEB 693.000   693.000  
Totaal van kasstroom uit financieringsactiviteiten   716.360   -716.360
         
Mutatie van geldmiddelen   1.477.768   1.453.709
Wijziging kortgeld   0   0
         
Geldmiddelen per 1 januari   2.755.640   866.931
         
Geldmiddelen per 31 december   4.233.408   2.320.640

Ondertekening van de jaarrekening

Bestuur
De jaarrekening van Patrimonium Groningen is opgesteld door het bestuur op 5  juni 2025.

S.J. Krajenbrink
bestuurder

Raad van commissarissen
De jaarrekening van Patrimonium Groningen is vastgesteld door de Raad van Commissarissen op 5 juni 2025.

Dhr P.J.J.M. Roelofs Voorzitter

Dhr J.J. Blüm  Lid

Mw. S. Kromdijk Lid

Dhr P. Veenstra  Lid

Mw. W.S. Beernink Lid

Overige gegevens

Statutaire regeling betreffende de bestemming van het resultaat

In de statuten van Patrimonium Groningen zijn geen bepalingen opgenomen aangaande de resultaatbestemming. De bestemming vindt plaats overeenkomstig de voorschriften die ter zake voor toegelaten instellingen gelden.

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Hiervoor wordt verwezen naar de hierna opgenomen verklaring.

Versie: v8.2.40

Software voor digital-first corporate reporting

Creëer op efficiënte wijze publicaties die impact maken

Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.

Meer over iwink.report