Spring naar inhoud

Financiën

Financiën

Financieel beleid

Het financieel beleid van Patrimonium is erop gericht de financiële continuïteit te waarborgen, zodat de organisatie voldoende inzetbaar vermogen heeft om haar toekomstige volkshuisvestelijke taken en maatschappelijke ambities waar te kunnen maken. Waar mogelijk zet Patrimonium haar middelen en eventueel positieve exploitatieresultaten in, om te investeren in huisvesting voor onze doelgroepen. Patrimonium streeft er daarbij nadrukkelijk naar om te allen tijde te (blijven) voldoen aan de ratio’s van het WSW en een positieve beoordeling van de Autoriteit woningcorporaties (Aw) te verkrijgen.
De financiële beleidsdoelstellingen van Patrimonium zijn verankerd in het ondernemingsplan 2024- 2027. In het ondernemingsplan, het Portefeuilleplan 2020-2030, de meerjarenbegroting en het treasurystatuut heeft Patrimonium de financiële kaders vastgesteld om de financiële continuïteit te waarborgen en te kunnen sturen op de financiële beleidsdoestellingen:

  1. Een gezond operationeel resultaat
  2. Positieve kasstromen en goede financierbaarheid
  3. Voldoende solvabiliteit

De uitgangspunten voor het toetsingskader van dit beleid zijn gekoppeld aan financiële ratio’s die het WSW hanteert. De (meerjaren) begroting voldoet aan de normen van deze WSW-ratio’s:

Financiële ratio’s Norm Toelichting
Loan to value
op basis van beleidswaarde
< 70% Geeft de verhouding weer tussen externe financiering en beleidswaarde (om te toetsen of deze schuldpositie gezond is)
Interest Coverage Ratio
> 1,4
> 1,8
DAEB
Niet-DAEB
Geeft aan in hoeverre de corporatie in staat is (geweest) de rente-uitgaven op het vreemd vermogen te voldoen uit de kasstroom uit operationele activiteiten.
Solvabiliteitsratio
op basis van beleidswaarde
> 30% Geeft aan of de corporatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen door het eigen vermogen te relateren aan het totale vermogen.
Dekkingsratio
< 70% De verhouding tussen het de nominale schuld van de door het WSW geborgde leningen en de markwaarde van het bezit in verhuurde staat.

Financiële positie en kengetallen

De gerealiseerde ratio’s door de WSW-systematiek en de begrote ratio’s voor 2025 tot en met 2030 zijn als volgt voor het DAEB en niet-DAEB bezit:

TOTAAL Norm 2025 2026 2027 2028 2029 2030
ICR per kalenderjaar > 1,4 3,11 2,83 3,02 2,18 1,67 1,52
ICR (gewogen 5 jaar gem.) > 1,4 2,56 2,24 2,00 1,73 1,65 1,68
Loan To Value (obv beleidswaarde) < 70% 31,3% 34% 41% 47% 49% 48%
Solvabiliteit (Eigen Vermogen/ Totaal vermogen) > 30% 72,3% 58% 54% 50% 49% 49%
DAEB Norm 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Interest Coverage Ratio > 1,4 2,86 2,7 2,92 2,09 1,6 1,48
ICR (gewogen 5 jaar gem.) > 1,4 2,43 2,16 1,93 1,67 1,60 1,63
Loan To Value (obv beleidswaarde) < 70% 33,1% 34% 42% 47% 49% 49%
Solvabiliteit (Eigen Vermogen/ Totaal vermogen) > 30% 72,4% 58% 55% 51% 50% 50%
niet-DAEB Norm 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Interest Coverage Ratio > 1,8 7,85 7,29 5,78 3,83 2,99 2,14
ICR (gewogen 5 jaar gem.) > 1,8 5,55 4,41 3,42 2,74 2,49 2,40
Loan To Value < 70% 23,9% 31% 37% 40% 46% 44%
Solvabiliteit (Eigen Vermogen/ Totaal vermogen) > 30% 75,9% 70% 64% 59% 53% 55%

De solvabiliteit is gebaseerd op de beleidswaarde conform de realisatie 2025 en de vastgestelde begroting voor de daaropvolgende jaren.

Huurprijsverhoging per 1 juli 2025

Bij het vaststellen van de jaarlijkse huurverhoging in juli wordt gewerkt met de huursombenadering. De gemiddelde huurverhoging per 1 juli 2025 bedroeg 4,45% (1 juli 2024: 4,8%).

Kasstromen

Het resultaat van Patrimonium wordt sterk beïnvloed door de effecten van de af- en opwaarderingen vastgoed en onrendabele top van te ontwikkelen vastgoed. Om een goed beeld te krijgen van de financiële positie wordt daarom ook gekeken naar de kasstromen, uitgesplist naar kasstromen voor operationele activiteiten, kasstromen voor (des)investeringen en kasstromen voor financieringsactiviteiten. De kasstromen geven een objectiever beeld van de ontwikkeling van de financiële positie. De gerealiseerde kasstromen (operationeel en investeringen) in 2025 en 2024 zijn:

Kasstromen € 1.000 2025 2024
Saldo kasstroom uit operationele activiteiten 11.130 11.672
Saldo kasstroom uit (des)investeringen -26.101 -29.002
Saldo kasstroom uit financierings-activiteiten 19.848 11.680
Mutatie liquide middelen 4.877 -5.650

Het saldo uit operationele kasstromen is in 2025 is € 0,5 miljoen lager dan in 2024. Dit wordt met name veroorzaakt door hogere uitgaven vennootschapsbelasting. Het saldo uit (des)investeringskasstromen is in 2025 € 2,9  miljoen lager dan in 2024, met name ten gevolge van ontvangst subsidie Nij Begun. Het saldo uit financieringskasstromen in 2025 is € 8,1 miljoen hoger dan in 2024.

Omzetbelasting en heffingen

Patrimonium verricht zowel belaste als vrijgestelde prestaties. Dit betekent dat wij recht hebben op (gedeeltelijk) aftrek van omzetbelasting op de gemengde kosten. Voor het overgrote deel zijn de BTW kosten voor Patrimonium.

Onderhoud en investeringen

Voor onderhoud is een scheiding gemaakt welke onderhoudswerkzaamheden kunnen worden aangemerkt als kosten en welke als investering. De kosten van het onderhoud bedragen in 2025 € 14,9 miljoen (2024 € 14,5 miljoen), dit is exclusief de toegerekende personeels- en organisatiekosten. Voor 2025 was begroot € 16,4 miljoen aan onderhoudskosten.

Renterisicobeheer/ rentebeleid

De maatschappelijke taakstelling om de primaire en secundaire doelgroep te huisvesten is slechts te realiseren als de continuïteit van de onderneming gewaarborgd is. De financiële positie en vooruitzichten van Patrimonium zijn in lijn met de verwachtingen. De financiële doelstellingen die Patrimonium ten aanzien van het rentebeleid nastreeft, zijn het:

  • minimaliseren van de rentelasten;
  • maximaliseren van de renteopbrengsten;
  • beperken van de renterisico’s.

Onder het renterisico valt het risico dat de operationele kasstromen, het vermogen en/of het resultaat negatief worden beïnvloed door veranderingen in de rentestanden. Indien voor veel leningen in een kalenderjaar de rentestand wijzigt, wordt het risico als hoog beoordeeld, het risico bestaat dat door een rentelaststijging, de operationele kasstroom onvoldoende wordt. Patrimonium heeft een roll-over lening van € 15 miljoen. Ultimo 2025 is € 11 miljoen opgenomen op deze roll-over leningen. Patrimonium heeft intern instrumenten ter beschikking om een goed beleid en beheer op financieel gebied te voeren. De financiële ontwikkelingen op volkshuisvestingsgebied worden met zorg en interesse gevolgd. De financiële sturing vindt plaats op basis van periodieke rapportages, zowel financieel als niet financieel.

Treasury

De regels voor financiering heeft Patrimonium vastgelegd in een treasurystatuut. Dit treasurystatuut heeft tot doel een formeel kader te scheppen waarbinnen de financierings- en beleggingsactiviteiten van Patrimonium plaatsvinden. Elk jaar wordt een treasuryjaarplan vastgesteld. Patrimonium heeft een financieringsstrategie opgesteld waarin wordt aangegeven op welke wijze Patrimonium de vastgoedstrategie financiert. De financieringsstrategie beschrijft op welke wijze invulling wordt gegeven aan de financieringsbehoefte, rekening houdend met het risicoprofiel. De financieringsstrategie zorgt ervoor dat de gewenste financieringspositie en -structuur worden bereikt die passend zijn bij de lange termijn doelstellingen. Een passende financieringsstrategie zorgt voor voldoende zekerheid, flexibiliteit, optimale financieringskosten en waarborgt voldoende investeringscapaciteit in de toekomst.

Onderdeel van de financieringsstrategie is de beschrijving van het beleid met betrekking tot de inzet van financiële instrumenten. Patrimonium maakt uitsluitend gebruik van leningen afgesloten bij kredietinstellingen die voldoen aan de ratingsvereisten, conform het BTiV. Patrimonium maakt alleen gebruik van derivaten indien dit strikt wenselijk is. Per 31 december 2025 heeft Patrimonium geen derivaten. Voor DAEB-investeringen maakt Patrimonium gebruik van een roll-over lening, annuïtaire leningen en fixe leningen, de looptijd van de DAEB-leningen is maximaal vijftig jaar.

Patrimonium streeft naar een duration (de naar marktwaarde gewogen rentetypische looptijd) die ongeveer op het marktgemiddelde ligt, met als onderbouwing dat hiermee het risico ten aanzien van looptijden voldoende is afgehecht. Voor niet-DAEB investeringen worden annuïtaire leningen afgesloten, gekoppeld aan de nieuwbouw-investering met een looptijd van maximaal 30 jaar. Het beleid ten aanzien van financieringen is defensief. Op die manier wordt getracht de toekomstige renterisico’s zoveel mogelijk te spreiden. Het beleid ten aanzien van beleggingen is risicomijdend, tijdelijke overschotten kunnen alleen worden belegd op een manier dat de daaraan verbonden risico’s beheersbaar en minimaal zijn. Het gemiddelde rentepercentage op uitstaande leningen per 31 december 2025 bedraagt 2,38%, dit ligt in lijn met 2024 (ultimo 2024 2,39%).

Vennootschapsbelasting

De Anti Tax Avoidance Directive (verder: ATAD) is per 2019 volledig ingevoerd. Dit betekent een harde renteaftrekbeperking (earnings-stripping-maatregel) van 20 procent van de winst voor rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie (EBITDA) en meer dan € 1 miljoen. Het effect van deze maatregel bedraagt voor Patrimonium in 2025 circa € 0,63 miljoen aan te betalen vennootschapsbelasting.

Beleidsmatige beschouwing marktwaarde en beleidswaarde

In de Woningwet is opgenomen dat toegelaten instellingen hun bezit op marktwaarde moeten waarderen. Door de waardering van de onroerende zaken in exploitatie tegen marktwaarde wordt inzicht gegeven in de mogelijke verdiencapaciteit van de vastgoedportefeuille van Patrimonium. De marktwaarde geeft, rekening houdend met de uitgangspunten van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde, het bedrag op balansdatum weer waartegen het vastgoedbezit op de vrije markt kan worden vervreemd. Omdat de doelstelling van Patrimonium is om te voorzien in goed en betaalbaar wonen en zij een relatief beperkt aantal woningen wil verkopen, betekent dit dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde in de toekomst wordt gerealiseerd.
De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Patrimonium met betrekking tot het huurbeleid en de besteding van middelen, en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed, uitgaande van dit beleid. In deze paragraaf is een beleidsmatige beschouwing opgenomen over het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van de onroerende zaken in exploitatie.

Marktwaardeontwikkeling

De totale waarde van de vastgoedportefeuille is met € 33 miljoen gestegen naar een waarde van € 1.110 miljoen. Dit betreft een waardestijging van 3,0%. Het verloop van de marktwaarde is als volgt:

Verloop marktwaardeontwikkeling

Tabel verloop marktwaarde
   
Marktwaarde per 1 januari 2025  1.077.395 
Desinvesteringen  -8.373 
Autonome ontwikkelingen  25.566 
Parameterwijzigingen  -18.933 
Methodische wijzigingen  7.899 
Wijzigingen in bezitsgegevens  -7.959 
Wijziging door taxatie  10.494 
Correctie in verband met grootschalig onderhoud of renovatie 2024  7.031 
Correctie in verband met grootschalig onderhoud of renovatie 2025  8.439 
Investeringen  8.883 
Marktwaarde per 31 december 2025  1.110.442 

Beleidswaardeontwikkeling

De beleidswaarde vormt een onderdeel van het Verticaal toezichtsmodel van Aw en WSW. De norm voor de LTV is bepaald op 70% van de beleidswaarde, de norm voor de solvabiliteit is 30%. Bij het opstellen van de jaarrekening maakt het bestuur diverse oordelen en schattingen. Dit is inherent aan het toepassen van de geldende verslaggevingsstandaarden. In het bijzonder is dit van toepassing op de bepaling van de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie. De waardebepaling van het vastgoed (terug te vinden in de marktwaarde en beleids-waarde), is geen exacte wetenschap en tevens betreft dit de grootste schattingspost waar het bestuur een inschatting over moet maken voor de jaarrekening.

De beleidswaarde kent als vertrekpunt de marktwaarde in verhuurde staat waarbij er in het kader van de beschikbaarheid, betaalbaarheid, kwaliteit en beheer aansluiting wordt gezocht bij het beleid van de corporatie in plaats van de uitgangspunten in de markt. Met deze toelichting wordt nadere duiding gegeven aan het deel van de waarde van het vastgoed en dus van het corresponderende deel van het vermogen dat als gevolg van het beleid van de woningcorporatie niet of pas op zeer lange termijn kan worden gerealiseerd. Mogelijke onzekerheden in de uitgangspunten die samenhangen met de verdere ontwikkeling van dit waardebegrip kunnen leiden tot aanpassingen in de beleidswaarde in komende perioden.


Beleidswaardeontwikkeling 2025 2024
  % %
Marktwaarde 1.110.442 100% 1.077.395 100%
Stap 1: Beschikbaarheid -47.357 -4% -113.486 -11%
Stap 2: Betaalbaarheid -290.249 -26% -266.396 -25%
Stap 3: Kwaliteit -164.353 -15% -167.790 -16%
Stap 4: Beheer -22.500 -2% -20.096 -2%
Disconteringsvoet 187.052 17% 192.136 18%
Beleidswaarde 773.036 70% 701.763 65%

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en Autoriteit woningcorporatie (Aw)

Het WSW stelt jaarlijks het borgingsplafond vast voor Patrimonium. Het borgingsplafond is het maximale bedrag aan geborgde leningen dat een corporatie per einde kalenderjaar mag hebben. Het WSW stelt het borgingsplafond vast op basis van de ingediende dPi en het risicoprofiel. Het WSW heeft op basis van het risicoprofiel en de dPi 2024 het borgingsplafond voor Patrimonium voor de periode 2025 tot en met 2027 vastgesteld. Het borgingsplafond voor 2025 bedraagt € 266,946 miljoen oplopend naar € 421,736 miljoen in 2027. Het borgingsplafond voor het derde jaar is gelijk aan het tweede jaar.

De Aw houdt toezicht op het financiële beheer, good Governance, integriteit en de uitvoer van de maatschappelijke taak van Patrimonium. Jaarlijks stuurt de Aw een oordeelsbrief waarin de Aw rapporteert over haar bevindingen en aanbevelingen. Vanaf 1 januari 2019 is het gezamenlijk beoordelingskader (‘verticaal toezichtsmodel’) van de Aw en het WSW van kracht waarbij het Aw zich specifiek blijft richten op de governance en het WSW op het bedrijfsmodel en de financiële borging. In het beoordelingskader ligt de nadruk op risicobeheersing.

Drie hoofdcategorieën zijn het vertrekpunt voor de beoordeling van de corporatie:

  • Financiële continuïteit: is de financiële continuïteit/ levensvatbaarheid van de corporatie gewaarborgd?
  • Bedrijfsmodel: wat zijn de beleidsvoornemens en –realisatie van de corporatie en wat is het effect daarvan op de financiële continuïteit? In hoeverre wordt het maatschappelijk bestemd vermogen hiermee beschermd?
  • Governance & organisatie: is de (financiële) sturing, beheersing en verantwoording van de corporatie effectief?

Toekomstparagraaf

De komende jaren zijn er veel ontwikkelingen van invloed op ons doen en laten, zowel landelijk, regionaal als binnen onze organisatie. De politieke programmaonderdelen uit de Nationale Woon- en Bouwagenda hebben een directe invloed op onze plannen. De prestatieafspraken zijn verwerkt in de begroting voor de komende jaren. Voor de realisering van nieuwbouw is Patrimonium afhankelijk van de gemeente wat betreft de beschikbaarheid van bouwlocaties en de snelheid waarmee bouwlocaties beschikbaar komen. De stijging van de grondstofprijzen en de krapte bij onze leveranciers zijn van invloed op de te behalen doelen.

In 2023 is het nieuwe ondernemingsplan 2024-2027 ‘Welkom thuis opgesteld. We werken de komende jaren verder aan een thuis voor onze huurders. We staan naast de huurder en zijn er voor onze huurders. Het ondernemingsplan vormt samen met het Strategisch Voorraad Beleid/ het Portefeuilleplan de basis van de beleidscyclus en daarmee ook van de begroting.

Voor de komende vijf jaar is begroot dat er 519 nieuwbouwwoningen worden opgeleverd inclusief flexwoningen en middenhuur. Er worden 104 woningen (incl. 2025) gesloopt en hiervoor worden 234 woningen teruggebouwd op bestaande locaties. Voor de jaren 2026 tot en met 2030 gaan we uit van een verkoop van 20 woningen per jaar. Voor 2026 tot en met 2030 zijn de onderstaande investeringen begroot:

  • Er is ruim € 131,2 miljoen begroot voor woningverbetering en verduurzaming, hiervan wordt € 21,3 miljoen in 2026 uitgegeven. Bovenop dit budget is voor 2026 € 2,3 miljoen opgenomen voor verbeteringen die bij mutatie worden uitgevoerd aan de woning (onder meer badkamer-, keuken- en toiletrenovaties).
  • In de begroting is rekening gehouden met een totale uitgave van € 211 ,4 miljoen (periode 2026 tot en met 2030) voor nieuwbouw en herstructurering.

De plannen voor 2026 en verder zijn vertaald in een meerjarenbegroting. De plannen worden voor een deel gerealiseerd met externe financiering. Over de periode 2026 tot en met 2030 is het noodzakelijk om in totaliteit voor circa € 289 miljoen vreemd vermogen aan te trekken. De totale aflossing voor deze periode bedraagt € 36,3 miljoen. Een bedrag van € 342,6 miljoen van de aan te trekken leningen is nodig voor het doen van investeringen in nieuwbouw, herstructurering en investeringen in duurzaamheid. Per saldo kunnen we 16,87% van onze investeringen in ons vastgoed financieren vanuit onze kasstroom uit operationele activiteiten en onze kasstroom uit desinvesteringsactiviteiten (verkoop van woningen). Van de investeringen kan 6,26% worden gefinancierd uit de verkoopopbrengsten.

De totale kasstroom uit operationele activiteiten bedraagt € 57,78 miljoen voor de periode 2026 tot en met 2030, dit is gemiddeld circa € 11,55 miljoen per jaar (18,79% van de totale ingaande operationele kasstromen). De verkoopontvangsten zijn begroot op € 21,45 miljoen tot en met 2030.

De omvang van de leningenportefeuille neemt toe van ruim € 242 miljoen ultimo 2025 naar begroot € 489,6 miljoen ultimo 2030 een stijging van € 247,6 miljoen. De rente-uitgaven stijgen de komende 5 jaren van € 5,26 miljoen in 2025 naar € 16,1 miljoen in 2030. De schuld per gewogen VHE is ultimo 2025 circa € 35.072 en stijgt naar circa € 61.668 ultimo 2030. De rentelast per gewogen VHE bedraagt ultimo 2025 circa € 797 en stijgt naar circa € 2.028 ultimo 2030. 

De meerjarenbegroting is opgesteld op basis van een aantal uitgangspunten, jaarlijks vindt een herijking plaats mede ook op basis van ontwikkelingen die zich voordoen:

  • De plannen zoals opgenomen in de begroting zijn aangepast voor de verwachte planning van de nieuwbouw en herstructurering af van de oorspronkelijke plannen. Met de start van de Suikerzijde en de Bottelroosstraat in 2026 voegen we in 2027 straks een fors aantal nieuwe woningen toe. 
  • Voor majeure effecten zijn slechtweerscenario’s uitgewerkt, die zich mogelijk in de praktijk kunnen voordoen, dit betreft een hoger stijging van de rente en de bouwkosten.

Nij begun

Het kabinet heeft maandag 10 maart 2025 de aangepaste subsidieregeling voor de isolatieaanpak van Groningen en Noord-Drenthe (maatregel 29 uit Nij Begun) naar de Tweede Kamer gestuurd. Woningcorporaties in de regio ontvangen een bijdrage van € 222 miljoen voor het isoleren van hun woningen. Voor Patrimonium betekent dit een bijdrage van ruim 15 miljoen. Hiermee kunnen we voor onze huurders de komende jaren investeren in het isoleren van woningen.  Huurders profiteren van deze isolatiemaatregelen door een lagere energierekening. In 2025 hebben we de eerste bijdrage ontvangen.